Innovaties Vooral in Methoden

Oud-student Vincent Villerius is als een wervelwind de Franse slag te lijf bij wielerploeg Cofidis. Jos de Koning werkt bedachtzamer. Zijn kerntaken als universitair docent bij de Faculteit Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam zijn onderwijs en publiceren.

‘Natuurlijk, als je voor de sportpraktijk interessant nieuws hebt, breng je dat wel naar buiten in gesprekken, lezingen en workshops. Dan hoop ik dat de dingen waarvan ik weet dat het werkt, worden opgepakt in de praktijk.’

Regelmatig is hij gastspreker op congressen en coachingclinics in binnen- en buitenland. De laatste jaren werkte hij ook uitgebreid samen met schaatscoach Ingrid Paul van Team Telfort en met de KNSB. Wat hij als wetenschapper de sport onder meer te bieden heeft, is dat hij op zoek gaat naar antwoorden op vragen die bij coaches leven.

‘Tijdens wedstrijden kun je geen experiment doen. Wel kun je observeren en daarvan modellen maken. Uiteindelijk wordt zo’n model je laboratorium. Hoe beter dat model is, hoe beter het lab. Vervolgens kun je met dat model dingen uitzoeken.’

De Koning stelt dat het menselijk lichaam zó complex is, dat wetenschappers er maar een klein beetje van begrijpen. Dus pakken ze aan de universiteiten stukjes en beetjes om de processen inzichtelijker te maken. Als voorbeeld noemt hij energiesystemen. ‘Hoe het lichaam bruikbare energie genereert op het fietspedaal is zo’n complex proces, dat wil je niet weten. Maar je kunt daarvan wel relatief simpele modellen maken. En met die modellen kun je relaties leggen en kijken of je die kunt manipuleren: kan ik iets met training doen, met voeding enzovoort.’

Gefundeerd onderzoek is geen franje
Soms komt onderzoek voort uit de sport. ‘Momenteel zingt in schaatskringen het idee rond voor een lichte vorm van krachttraining, waarbij het afknellen van de beenspieren met een manchet goed zou zijn. Een student van mij zoekt dat nu uit. Wetenschappelijk kijk je dan niet alleen of het werkt of niet. Je kijkt ook naar het achterliggende mechanisme.’

De vraag is hoe ingewikkeld je het leven moet maken. ‘Charles van Commenée zei laatst: “De topcoach is verward in franje. Knip die er maar af”. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Er is ook goede franje, zoals gefundeerd onderzoek. Daarmee lever je meerwaarde.’

De Koning doelt onder andere op het fenomeen van hoogtetraining waarbij sporters bij gebrek aan bergen (slapend) tijd doorbrengen in een zuurstofarme tent. ‘Onderzoek toont aan dat je dat minimaal veertien uur per dag, drie tot vier weken achtereen moet doen. Doe je dat korter dan veertien uur per dag of minder lang, dan kun je het beter achterwege laten. Ondanks het feit dat deze informatie aanwezig is, zijn er nog steeds sporters die alleen acht uur in zo’n tentje slapen. Dat zal ze zeer waarschijnlijk niet helpen. Door beter een link tussen de wetenschap en de praktijk te leggen, zou je zulk inefficiënt trainingsgedrag kunnen voorkomen.’

Niet dat de bewegingswetenschapper pleit voor het toevoegen van een wetenschapper aan elke sportploeg of -bond. Er moet volgens hem in de eerste plaats een goede relatie zijn. ‘Als wetenschapper moet ik een open oor voor coaches hebben. Een coach weet namelijk meer van zijn sporter dan ik als wetenschapper ooit te weten zal komen. Die kijkt uren per dag naar zijn atleet. Hij ziet meer dan ik met mijn snelle camera’s ooit zal zien.’

Wetenschap legt mechanismen bloot
De Australische wetenschappers van het Australian Institute of Sport zijn misschien in het voordeel in vergelijking met de Nederlandse collega’s. Dit onderzoeksinstituut levert jaarlijks vele publicaties af, maar heeft daarnaast specifiek als een van haar kerntaken het bijdragen aan de kennis van de coaches down-under. ‘Wij moeten het in Nederland veel meer hebben van onze vrije tijd. Toch ben ik niet jaloers. Wij hebben hier een enorm potentieel dat wordt vertegenwoordigd door de studenten aan onze faculteit. Per jaar zijn er zeker tachtig enthousiaste, deskundige mensen die dolgraag door middel van onderzoekstages iets met bewegende mensen willen doen.’

Alleen onderzoek, onderschrijft De Koning, is voor een wetenschapper niet bevredigend. ‘Ik kijk wel degelijk hoeveel rimpels ik in het water veroorzaak.’ Vervolgens valt de term ‘innovatie’. ‘Bij innovatie wordt te vaak gedacht in termen van materialen, zoals de klapschaats. Maar er is meer innovatie te halen uit methoden. Hoe je dingen doet en traint. Daar ligt een berg kennis en het gaat erom die uit de wetenschap naar de praktijk te brengen.’

Achterliggende mechanismen in de sport zijn zaken die de wetenschap aan het daglicht kan brengen, betoogt De Koning. ‘Als je het mechanisme weet, ken je oorzaak en gevolg en hoe je dat kunt manipuleren. Zodoende profiteert niet alleen die ene succesvolle coach, maar een veel grotere groep.’

Niet alleen hard maar ook slim trainen
In zijn werkkamer lijkt het eerste model klapschaats, die werd bedacht door zijn leermeester Van Ingen Schenau, een stille getuige. ‘De klapschaats is een uitzondering. In de wetenschap zijn niet veel materiaalinnovaties bedacht, die uiteindelijk in de sport effect sorteerden. Het is veeleer andersom: het zijn de dingen die in de sport zijn bedacht, waarvan een wetenschapper bewijst dat het werkt.’

‘De truc is, denk ik, niet alleen hard, maar ook slim trainen. En dan zeg ik niet: de wetenschap weet wat slim trainen is. Helemaal niet. Maar wij kunnen wel helpen dat pad te exploreren. Tegenwoordig haal je geen gouden medailles meer op basis van toeval. Het zoeken naar de “optimale training” kan door een innige samenwerking tussen Nederlandse universiteiten, hogescholen en de sport wel worden bekort.’

Op dat moment gaat de telefoon. ‘Stel dat het Bill Gates was om te vertellen: “Hier heb je vijftig miljoen euro, doe ermee wat je wil.” Misschien dat ik dat geld dan gebruik om met de faculteit een Instituut voor Toegepaste Sportwetenschappen op te richten. Lijkt mij ook handig voor Olympisch Plan 2028.’

Dit artikel verscheen eerder in NL Coach 5, 2008.

About these ads

Over Frans

Hypnotherapist, journalist and runner Frans Vermeulen took his first spiritual footsteps in Australia with deep trance channel Margaret McElroy from the Australian Institute of Metaphysics. Thereafter he focused as a writer on spiritual topics. Frans has interviewed some of today’s leading spiritual teachers, including Rananda, John de Ruiter, Drunvalo Melchizedek, Robbert van den Broeke, Caroline Myss, Ton van der Kroon, William Whitecloud, dr. Sha, Robbert Moss, Olof Smit, Patricia Cori, Robert Tenzin Thurman, Eric Pearl and Gary Renard. His greatest love is what he regards as “the pure non-duality of A Course in Miracles.”
Dit bericht werd geplaatst in Interviews, NL Coach, Sport en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s