Running therapie: geen one size fits all programma

Running therapie 2‘Ik heb veel dingen geprobeerd om de demonen in mijn hoofd te bestrijden. Nu heb ik iets gevonden dat echt werkt.’ Aan het woord is Ronnie O’Sullivan, een Engelse snookerkampioen, die door het leven gaat als The Rocket, omdat hij, als hij goed in zijn vel, zit moordend snel speelt. Maar de man zat nauwelijks langere tijd goed in zijn vel. Briljante topprestaties reeg hij aaneen met diepe depressies. Totdat hij ging hardlopen, tachtig kilometer per week (14).

Psychomotorische therapie in zwang
Psychomotorische therapie raakt meer en meer in zwang, getuige ook het boek ‘Running therapie’ (2). Het standaardwerk voor lopers en professionals’ dat onlangs op de markt verscheen. Het woord therapie in combinatie met hardlopen schrikt sommigen af. Te veel sport, te weinig therapie voor psychomotorisch therapeuten; te veel therapie, te weinig sport voor ‘patiënten’. Dat heeft Bram Bakker (psychiater, publicist en auteur) en Simon van Woerkom (fysiotherapeut en runningtherapeut) echter niet weerhouden bovengenoemd standaardwerk voor lopers en professionals te schrijven.

Voetsporen
Bakker en Van Woerkom treden daarmee in de voetsporen van Ruud Bosscher, die al in 1991 promoveerde Bosscher op het proefschrift ‘Runningtherapie bij depressie’ (5). Sinds maart 2004 is Bosscher in deeltijd verbonden aan de Hogeschool Windesheim als lector Bewegen en Gedragsbeïnvloeding . Daarnaast werkt hij als universitair docent aan de faculteit Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

In Bosscher’s onderzoek naar de emotionele effecten van lichamelijke activiteit op depressie konden depressieve patiënten kiezen voor een traditionele behandelingsmethode met medicijnen of voor een alternatief programma, waarbij ze gedurende zestien weken één keer per week onder begeleiding moesten hardlopen.

Wat bleek? Met Looptraining werden even goede resultaten behaald als met medicijnen. De effecten waren vooral positief bij patiënten met een acute depressieve episode. Het programma sorteerde minder effect bij patiënten met chronische klachten. Al met al had ongeveer tweederde van de deelnemers baat bij de running therapie.

Positief effect
Hardlopen als therapie. Lichamelijke inspanning om goed in je vel te (komen) zitten. Onderzoek uit de afgelopen 25 jaar (o.a. 1,4,5,7,10) toont aan dat lichamelijke inspanning (synoniemen: activiteit, activering, ‘exercise’, ‘running’ enzovoort) een positief effect kan hebben op een depressieve stoornis.

Op de vraag aan Bosscher of andere (duur)sporten dezelfde effecten teweeg kunnen brengen, antwoordt de grondlegger en godfather van running therapie: “Ja, in principe wel. Er is niets wat hardlopen er bovenuit doet steken. Tenzij je gaat kijken naar in welke mate mensen zelf gemotiveerd zijn dat te doen. Als die motivatie een rol speelt, en dat speelt het natuurlijk wel, dan is de een wat meer voor hardlopen, de ander wat meer voor zwemmen, bij wijze van spreken.”

Is het dan toeval dat running therapie bij hardlopen is begonnen?

Bosscher: “Niet helemaal. De populariteit van het joggen was toentertijd booming in de Verenigde Staten. Mensen hadden allerlei wilde verhalen over dat joggen, met name wat het ook in psychisch opzicht voor positieve effecten met zich meebracht. Daarnaast heeft het hardlopen ook logistiek aantrekkelijke kanten. Het grote voordeel is: schoenen aan, deur dicht en gaan.”

“Lopen is een stuk makkelijker dan zwemmen bijvoorbeeld. En het is een duursport, dus het is makkelijk meetbaar. Je weet al heel snel of je een rondje sneller gaat lopen of dat je na verloop van tijd minder moe raakt bij dezelfde snelheid. Die meetbaarheid is heel plezierig. Als je denkt dat je door basketballen ook minder depressief wordt, dan zeg ik: ja, dat zou ook kunnen. Maar als jouw team verliest, dan is dat toch weer vrij vervelend. Je zou bijvoorbeeld ook aan powerwalking kunnen doen, maar dat is van veel latere datum. Het is dus een beetje toeval dat het in de hardloophoek is ontstaan.”

Combinatie van factoren
Op de vraag aan welke voorwaarden een bewegingsactiviteit buiten meetbaarheid moeten voldoen, antwoordt Bosscher: “Óf meetbaarheid een doorslaggevende factor is, is niet zo heel duidelijk. Je kunt het wel koppelen aan een aantal ideeën die er bestaan over de werkzaamheid, het mechanisme. Daarbij moet op voorhand wel gesteld worden, dat het waarschijnlijk wel een combinatie van factoren is. Er is niet één mechanisme wat er bovenuit steekt. In de literatuur worden er een aantal aspecten naar voren gebracht.”

Bosscher noemt afleiding. Mensen die depressief zijn piekeren vaak over van alles en nog wat. Alles wat afleiding kan bieden, kan bijdragen aan – in eerste instantie tijdelijk, maar hopelijk ook wat blijvender – afgeleid worden van je depressieve omstandigheden.

Uit het hoofd komen dus. Bosscher: “Ja, en het feit dat mensen ervaren dat dat kan. Op het moment dat je in eerste instantie alleen tijdens de activiteit afgeleid bent, en jij je na afloop realiseert dat je afgeleid was van je piekerende gedachten, dan is dat al een positief effect. Mensen weten: het zit er nog in. Ik kan dat nog, en dat is al een motiverend aspect op zichzelf.”

Met het leren van een nieuwe vaardigheid noemt Bosscher een andere voorwaarde. “Het ervaren dat je toch niet zo’n sul bent, dat alles mislukt in je leven, dat je de doelstellingen die je hebt niet haalt. De bekende aspecten die aan een depressie vastzitten. Depressieve mensen stellen vaak hun doelen veel te hoog en veel te ver weg. Houd het klein, houd het dicht bij je. Kijk of je op korte termijn dingen kunt realiseren. Dat kun je natuurlijk met die meetbaarheid heel goed vaststellen. Daarmee kunnen mensen geconfronteerd worden aan de hand van een logboek, grafieken.”

Sociaal contact is een derde voorwaarde. Het samen met anderen en samen met een therapeut aan de slag gaan. Het belangrijkste van die twee is de therapeutische relatie. Als er geen contact is met de begeleider of therapeut, dan houdt het op. De techniek van de therapie speelt ook wel een rol, maar doorgaans een mindere.

Endorfineverhaal
Naast deze psychologische voorwaarden zijn er ook fysiologische factoren. Bosscher: “Of de endorfines en de monoamines en de cortisol ook een rol spelen? Ik ben nooit zo heel erg overtuigd geweest van het endorfineverhaal, omdat ik er wat betreft deze doelgroep met deze activiteit nog nooit een goed onderzoek over gezien heb. Het blijft een beetje speculatief, maar ook een charmante gedachte dat mensen hun eigen pleziermakers aanmaken.”

“Natuurlijk, het is fysiologisch aangetoond dat er bij inspanning boven bepaalde niveaus iets gaat gebeuren. Als de melkzuurconcentratie boven een bepaald niveau komt, krijg je een verhoogde concentratie van endorfines om pijnprikkels tegen te gaan. Ook bij bevallingen zie je dat vrouwen torenhoge endorfineniveaus hebben om pijn te onderdrukken. Endorfines hebben ook de capaciteit om een plezierig gevoel te geven. Het het wordt wel eens gekoppeld aan het rozige gevoel na afloop van de inspanning, dat dit gevoel het gevolg zou zijn van het verhoogde endorfineniveau. Ik vind het wel interessant, maar dat is rond deze thematiek nog nooit goed onderzocht.”

ruud bosscherLiever in een groep
Run for your life is een artikel (6) dat Bosscher samen met Joanne Huizinga in 2005 schreef voor het Tijdschrift voor vaktherapie. Het behandelt voornamelijk de aandachtspunten die van belang zijn bij het in de praktijk brengen van hardlopen als therapie, zoals voorlichting. Dat voorkomt het voortijdig afbreken van het programma.

Een contract met de cliënt voor aanvang van het programma vermindert voortijdige uitval, evenals het bijhouden van een logboek. Deze kunnen dienen al een bron van motivatie en een directe positieve bekrachtiging vormen, omdat de fysieke progressie meetbaar wordt.

Het programma moet aansluiten bij de individuele wensen en doelen van de cliënt. Dat wil zeggen: er moeten realistische, haalbare doelen gesteld worden zodat positieve ervaringen worden gestimuleerd en de kans op blessures wordt geminimaliseerd. Maar liefst negentig procent van de volwassenen geeft de voorkeur aan groepsdeelname vanwege het plezier dat dit meebrengt, sociale interactie en controle en steun door de groep. Deelnemers in een groep komen de activiteit ook beter na dan deelnemers aan een individueel programma.

Bij de opbouw van de sessies moet de therapeut ervoor zorgen dat het programma gevarieerd en plezierig is, en dat verveling of te grote vermoeidheid worden voorkomen. In het begin kunnen het gebruik van muziek of wandelen, in plaats van hardlopen, de motivatie sterk doen toenemen. Berger (3) noemt zes punten die beginnende hardlopers kunnen helpen om hun programma met succes uit te voeren:
1. Blijf bewegen gedurende de tijd die het programma aangeeft;
2. De loper kan altijd blijven praten tijdens de inspanning;
3. Houd de frequentie, duur en intensiteit constant;
4. Een uur om te herstellen;
5. Meer is niet altijd beter, dus doe niet te veel;
6. De therapeut treedt steunend en stimulerend op.

Run for your life
Al dan niet succesvolle hardlooptherapie wordt beïnvloed door positieve factoren (blessurevrij, plezier, instructie en aanmoediging) en negatieve factoren (verveling tijdens lopen, gebrekkig bewustzijn van vorderingen, afkeuring door derden) tijdens de therapie.

Run for your life is niet voor niets de titel die Bosscher en Huizinga kozen voor hun artikel. Als cliënten door krijgen dat het hardloopprogramma ze meesterschap geeft over hun lichaam, dan zullen zij zich fysiek sterk, krachtig en competent voelen. Voor sommige deelnemers is dat een compleet nieuwe ervaring.

Uit onderzoek van Pollock (11) blijkt heel duidelijk dat een oefenprogramma dat wordt aangepast op het individu, het meeste succes oplevert en uitval voorkomt. Er is niet zoiets als een one size fits all-programma. Als er dan ook nog eens sprake is van een goede evaluatie, dat wil zeggen de vastlegging of er sprake is van progressie van fysieke en mentale gezondheid, dan nóg is er sprake van een voortijdige uitval van dertig tot zeventig procent van de deelnemers aan een activiteitenprogramma (9). Daarover stelt Bosscher: “Uitval kan niet voorkomen worden, slechts worden beperkt.” De hierboven geschreven richtlijnen zullen daar zeker aan bijdragen.

Uw proefschrift dateert van 1991. Wat zijn de ontwikkelingen sindsdien?

“Je kunt zeggen dat de kwaliteit van het onderzoek in de laatste tien jaar verbeterd is. Tussen 1985 en 2000 was het vaak van een kwakkelende methodologische kwaliteit; er zouden veel sterkere designs denkbaar zijn dan datgene waarover gepubliceerd is. Dat is de laatste jaren opgepikt, waardoor de gedane uitspraken wat steviger kunnen worden neergezet dan daarvoor.”

Gedegen onderzoek
“Het tweede aspect is dat er nu wat meer vergelijkingen zijn met andere standaard behandelingen. Dus als je het vergelijkt met antidepressiva of met cognitieve therapie. Die vergelijkingen worden meer uitgevoerd waaruit ook de conclusie wordt getrokken dat het effect vergelijkbaar kan zijn. En dan met name bij degene met matige ernstige depressies. Bij mensen met zware depressies die nauwelijks uit hun bed kunnen komen, moet je niet aankomen met: we gaan een loopprogramma doen. Dat lukt gewoon niet.”

“In Nederland is TNO samen met de Symfora groep uit Amersfoort bezig met de opzet van een gedegen onderzoek. Het wordt ook een promotieonderzoek van een psychiater aldaar. Je kunt stellen dat er door de loop der jaren belangstelling is gebleven voor de relatie tussen psychisch welbevinden en fysieke inspanning. Vaak is het correlationeel, dan weet je niet of het een tot het ander leidt of andersom.”

“Ik denk ook dat de laatste jaren er steeds meer belangstelling komt voor de invloed van meer bewegen. Ook in relatie tot zwaarlijvigheid, want dat is een belangrijk maatschappelijk thema geworden. De hele rol van meer bewegen, de maatschappij die groener moet worden. De mens dus ook. Ik denk dat dat allemaal positief meespeelt.”

Literatuurlijst
1. Babyak M. et al (2000). Exercise treatment for major depression: maintenance of therapeutic benefit at 10 months. Psychosomatic Medicine, 62, 633-8.
2. Bakker B. & Woerkom S. van (2008). Running therapie. Het standaard werk voor lopers en professionals. Amsterdam: uitgeverij De Arbeiderspers Het Sporthuis. ISBN 9789029566834.
3. Berger, B.G., (1997). Running strategies for women and men. In: Sachs, M.L. & Buffone, G.W., Running as therapy. An integrated approach (pp. 138-171). Lincoln: University of Nebraska Press.
4. Blumenthal J.A. et al (1999). Effects of exercise training on older patients with major depression. Archives of Internal Medicine, 159, 2349-56.
5. Bosscher, R.J. (1991). Runningtherapie bij depressie. Amsterdam: Thesis Vrije Universiteit.
6. Bosscher R. & Huizinga J. (2005). Run for your life. Psychomotorische therapie als avontuur. Tijdschrift voor vaktherapie, 1, 3-11.
7. Dimeo F. et al (2001). Benefits from aerobic exercise in patients with major depression. British Journal of Sports Medicine, 35, 114-117.
8. Kamerman S. (1999). Liever lichaamsbeweging dan medicijn. NRC Handelsblad, 15 april 1999.
9. Kleinsman A. & Bosscher R.J. (1995). Hardlopen als een behandeling: ervaringen in een RIAGG. Directieve therapie, 15, 76-84.
10. Martinsen E.W. et al (1985). Effects of aerobic exercise on depression: a controlled study. British Medical Journal, 8, 393-394.
11. Pollock K.M. (2001). Exercise in treating depression: Broadening the psychotherapist’s role. JCLP/In Session: Psychotherapy in Practice, 57, 1289-1300.
12. Sitskoorn, M. (2008). Het maakbare brein. Gebruik je hersens en wordt wie je wilt zijn. Amsterdam: uitgeverij Bert Bakker. ISBN 9789035132276.
13. Stel J. van der (2005). Pillen, praten, bewegen. Nut van fysieke activiteiten voor geestelijke gezondheid. Amsterdam: uitgeverij SWP. ISBN 9789066656376.
14. Tonkens N. (2008). ‘Rocket Ronnie’ heeft de demonen in zijn hoofd nu eindelijk bestreden De Volkskrant, 29 april 2008.

Dit artikel verscheen eerder in Sportgericht 3/2009.

About these ads

0 Responses to “Running therapie: geen one size fits all programma”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Categorieën

  • 215,072 hits

Archief

Regelmatig verschijnen op dit blog artikelen over onderwerpen die mijn persoonlijke interesse hebben. Het is een verslag van het pad langs de ervaringen van persoonlijke groei.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 50 andere volgers

%d bloggers like this: