Als Wetenschapper Ben Je Entourage

Interview Huub Toussaint

Wetenschap toepassen in de sport, zodanig dat coaches de training kunnen optimaliseren. Dat is het adagium van dokter, bewegingswetenschapper en zwemprofessor Huub Toussaint. ‘Wil je als wetenschapper iets in de sport bereiken, dan moet je met coaches in gesprek zijn om te weten wat er speelt.’

Volgens Toussaint (50) gebeurt veel in de sportpraktijk op basis van intuïtie, fingerspitzengefühl en ervaring. ‘Voor wetenschappers is het ook interessant om te kijken waarom coaches de dingen doen zoals ze die doen. Ze weten gevoelsmatig dat een aanpak effect heeft, zonder dat ze kunnen zeggen waarom.’

Coaches die succes hebben – anders is hun geen lang leven als trainer beschoren – wekken de interesse van Toussaint. Door met deze coaches samen te werken en te praten, wil de Amsterdammer erachter komen waarom een bepaalde aanpak bij zwemmers werkt.

InnoSportLab Eindhoven, waar Toussaint één dag per week onderzoek doet, naast een baan als lector bij de Hogeschool van Amsterdam en hoofddocent aan de Vrije Universiteit, biedt hem mogelijkheden daartoe. ‘Er is meer en meer financiële ruimte in Nederland en ook ruimte in de hoofden van mensen om wetenschap en wedstrijdzwemmen structureel bij elkaar te brengen. Van groot belang is dat goed te organiseren zodat je die interactie borgt.’

Toussaint haalt een voorbeeld aan uit zijn entreerede als lector Bewegingswetenschappen aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding van de Hogeschool van Amsterdam. ‘Bij zwemmen is de rol van de benen heel gek. De voortstuwing komt vooral van de handen; de benen roffelen maar een beetje mee. Mijn idee: stop als zwemmer alles in de armen en laat die benen maar. Dan wordt de aanwezige zuurstof zo effectief mogelijk omgezet in snelheid.’

Ik moet beter kijken
‘Ik raakte hierover in gesprek met Fedor Hes, die zei: “Nee, de benen zijn heel belangrijk.” Zijn uitspraak klopte niet op basis van de kennis van de wetenschap. Dan heb ik de keuze: die man ziet het niet. Over en sluiten. Of: hij ziet iets wat ik niet zie, ik moet beter kijken.’

Om een lang verhaal kort te maken. Met behulp van technologie van het Maritiem Instituut Wageningen om golfweerstand van schepen te beoordelen, kwam Toussaint tot de conclusie dat de benen weliswaar geen belangrijke rol spelen bij voortstuwing, maar misschien wel bij het naar beneden brengen van de golfweerstand van een zwemmer.

Zwemmen lijkt door het water een vijandige omgeving van de techniek. Toch is er al sinds 1969 de oortjestechniek voor zwemmers, die men tegenwoordig ook kent uit het wielrennen. Toussaints ultieme droom is een zwemmer die traint op schema’s die hij de vorige avond van internet heeft geplukt en op een graphic tablet staan dat aan het startblok hangt, en dat de resultaten vervolgens geprojecteerd worden op een groot scherm tijdens de training.

‘Aantikken betekent directe feedback over hart- en slagfrequentie en de snelheid. Én dat een en ander wordt opgeslagen in een database. Dan kun je terugkijken op het rendement van al de trainingsarbeid, het goede behouden en de rest laten vallen.’

Ik moet naar het zwembad toe
Als student was Toussaint betrokken bij de uitvinding van de klapschaats. De geestelijke vader, Gerrit Jan van Ingen Schenau, zag zijn uitvinding twaalf jaar op de plank liggen. ‘Onbekendheid was dat. Maar ook dat je met goede argumenten moet komen naar coaches van wereldkampioenen op “oud” materiaal. Anders verandert men niets.’

Vandaar dat Toussaint het belang van een omgeving benadrukt waarbij praktijk en wetenschap bij elkaar komen en georganiseerd met elkaar samenwerken. Dus dat op het moment dat een “gekke prof” aankomt met een nieuw idee, praktijkmensen niet zeggen: “Daar heb je er weer zo een.”

Hoe breng je technologie nuttig in stelling? is een relevante vraag. ‘Iets onderzoeken in het lab heeft niets met zwemmen te maken. Ik moet altijd naar het zwembad komen. Vandaar dat het InnoSportLab gevestigd is in het Nationaal Zwemcentrum de Tongelreep. Neem als voorbeeld het maken van startanalyses. Starten is een complex verhaal en meer dan een kwestie van snel reageren, ver springen, hard onder water zwemmen en rap doorzwemmen.’

Hoe je stap één uitvoert, heeft invloed op hoe je stap twee kunt uitvoeren enzovoort. ‘Tegenwoordig kunnen we met onder meer de technologie van TNO zwemmers binnen veertig seconden op een monitor laten zien hoe ze zijn gestart. Twee jaar gelden hadden mijn studenten nog drie maanden nodig voor een analyse en gerichte feedback.’

Ik ben dienstbaar
Een zogenoemd intelligent startblok, dat in juni vanuit Duitsland naar Nederland komt, moet de start van de nationale topzwemmers nog verder verbeteren. Door Toussaints contacten met de Sporthochschule Köln haalt hij ook hiermee het lab naar het zwembad.

‘Misschien kan ik het uitleggen. Met dit startblok krijg je video-opnamen van de zwemmer op het blok. We visualiseren de krachten die hij uitoefent op het blok, en daarvan krijgen we een video overlay van vectorpijltjes. Die geven de krachten en de beweging weer. Daarmee kan ik een zwemmer laten zien dat, als hij de sprong nog iets meer uitstelt, hij een minder groot wak in het water maakt en vervolgens minder snelheid verliest met het doorklieven van het wateroppervlak.’

Toussaint is er de man niet naar om het de coach eens even te gaan vertellen. ‘De Nederlandse coaches doen het goed. Kijk maar naar het niveau. Het is meer iets van: laten we als wetenschap kijken of wij iets kunnen toevoegen aan het goede werk dat zij doen. Als wetenschapper ben je entourage, behoor je op de achtergrond te staan. Dat is mijn filosofie. Ik ben dienstbaar, want er is maar één kapitein op het schip, en dat is de trainer.

Dit artikel verscheen eerder in NL Coach 3, 2008.

Advertenties

Over Frans

Frans Vermeulen took his first spiritual footsteps in Australia at the Australian Institute of Metaphysics. Thereafter he focused as a writer on spiritual topics. Frans has interviewed some of today’s leading spiritual teachers, including Rananda, John de Ruiter, Drunvalo Melchizedek, Robbert van den Broeke, Caroline Myss, Ton van der Kroon, William Whitecloud, dr. Sha, Robbert Moss, Olof Smit, Patricia Cori, Robert Tenzin Thurman, Eric Pearl and Gary Renard. His greatest love is what he regards as “the pure non-duality of A Course in Miracles.”
Dit bericht werd geplaatst in Interviews, NL Coach, Sport en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s