‘Het Podium Is Mijn Weg’

Interview Jan Jaap van der Wal

Vanaf begin begin september is stand-up comedian en cabaretier Jan Jaap van der Wal (28) weer te zien op de Nederlandse podia met de voorstelling Jan Jaap Zonder Band. Paravisie sprak met hem over zaken als bewustmaking en inspiratie. ‘Ik realiseer mij dat ik een gevecht in de marge voer.’

Bewustmaking loopt als een rode draad door het werk van Jan Jaap van der Wal. Al vanaf zijn zeventiende, het moment waarop hij uit Leeuwarden vertrok om zich in Amsterdam aan te sluiten bij Comedytrain. Zijn laatste oudejaarsshow heette niet voor niets Onderbewust. Van de Wal liet op die manier miljoenen Nederlanders meekijken naar de onderstroom van gebeurtenissen. ‘Dat is de laatste jaren steeds meer mijn doel geworden.’

Je wilt in feite het onbewuste bewust maken?
‘Ja, maar ook weer niet té bewust. Als iedereen zou weten hoe het zit, zou dat de wereld een stuk cynischer maken, denk ik. Ik wil dat mensen nog idealen houden, en misschien ook hoop geven. À priori is dat natuurlijk niet de taak van een comedian. Ik moet in staat zijn iets onderuit te schokken of met een omdraaiing mensen op andere gedachten brengen.’

Niet alleen je publiek, maar ook de recensenten gaan wakker naar huis.
‘Lange halen, gauw thuis is steeds meer de mode in het cabaret. Een aantal doet dat op een heel hoog niveau. Persoonlijk heb ik helemaal geen bezwaar tegen zoveel mogelijk grappen, maar ik probeer liever iets te vertellen. Ja, dat men wakker naar huis gaat.
Ik kan mij permitteren ergens lang over na te denken en dat vervolgens op het podium uit te spelen. En ook al neem ik mijn publiek heel serieus, toch doe ik precies wat ik wil. Zodat men na afloop denkt: Goh, zo had ik het nog niet bekeken.’

Je was zeventien toen je naar Amsterdam kwam. Wanneer maakte je die keuze?
‘Net als ieder jongetje had ik een droom om iets te worden. Bij mij was dat comedian. Dat kan op verschillende manieren: deelnemen aan een festival of auditie bij de kleinkunstacademie, maar ik ben niet zo competitief. Op dat moment kwam de Comedytrain langs. In Toomler (stand-up comedy-café en de thuisbasis van Comedytrain in Amsterdam, fv) kon ik mezelf ontplooien en optreden in een groep als mezelf. Er was de mogelijkheid om anders te zijn, om minder te zijn. Vrijheid werd zo gekoppeld aan veiligheid.
Dat ik überhaupt die stap maakte, had denk ik te maken met inspiratie, dat er iets werd aangeraakt. Het feit dat iemand op het podium iets doet en dat mensen daar op reageren. Vervolgens komt het moment dat je dat zelf voor het eerst doet, zonder omstandigheden die in je voordeel zouden kunnen werken, zoals op school. Toen merkte ik: dat raakt iets heel erg dieps.’

‘Je schakelt iets in waardoor je helemaal in het moment bent’

Heeft dat met inspiratie te maken. Dat het komt en blijft komen, een voorstelling lang?
‘Nou ja, je schakelt iets in. En ook dat doe je bij wijze van spreke niet bewust. Maar je schakelt iets in waardoor je helemaal in dat moment bent.’

Wat is dat iets?
‘Als we dat toch eens wisten. Ik kan het dus ook niet sturen, moet een soort angst overwinnen. Als comedian ben je veel meer in het nu dan bijvoorbeeld een cabaretier. Die doet een conference en weet van tevoren hoe die gaat. Een comedian, en zeker in Toomler, ontwikkelt een soort radar, een hoger bewustzijn waarbij alles open is. Schuift iemand met z’n stoel, en ik ben daarop gefocust, dan is het hele publiek met mij daarop gefocust. Dus daar moet je iets mee doen. Je krijgt dan iets bij je, wordt als het ware opgetild en je wordt iets groter, iets breder, iets langer. Je maakt een energie met de zaal en die moet hoog en geconcentreerd en bijzonder zijn. Het is aan mij om dat te doen. En als ik daar ergens onder ga zitten, dan glijdt het publiek zó mee.’

Jij zit aan de knoppen van de flow op dat moment.
‘Ja.’

Je hebt eens gezegd: als je iets wilt zijn, moet je alles weghalen wat je niet bent. Is dat de essentie op het podium?
Ja, en het gaat erom daarin je eigen stem te vinden. Dat duurt jaren. Langer dan je denkt. In die jaren gaat er van alles aan je kleven. Het is een zoeken waarin je je prettig voelt, waar je je thuis voelt. En op een gegeven moment voel je: dit is wat ik wil doen.’

Wat dat betreft staat er geen maat op Jan jaap van der Wal. Je staat er al heel vroeg.
‘Dat is zo. Wat dat betreft zijn het ook moeilijke dingen: hoe lang ga je door? We leven in een tijd van hypes, het komt en het gaat. Maar ik denk niet dat het aan anderen is mijn houdbaarheidsdatum te bepalen. Ik denk dat ik iets te vertellen heb, dat klinkt heel groot, maar dat doe ik nu toch ook al. De vorm die ik daar nu voor heb, is een voorstelling. Misschien dat ik daar ooit nog een andere vorm voor vindt. Er speelt wat dat betreft niets door mijn hoofd, want voorlopig ben ik niet uitgeleerd. Ik streef nog steeds naar de perfecte voorstelling.’

Steekwoorden die terugkeren in recensies zijn: hard, geëngageerd, oprecht, twijfelaar en bevlogen.
‘Bevlogenheid, in de zin van volwassenheid, wordt soms beschouwd als: hij weet het allemaal zo goed. Maar, in die bevlogenheid kan ik het ook allemaal niet weten. Ook al kopen er regelmatig achthonderd mensen een kaartje, uiteindelijk is het allemaal toch een poging. Niet dat ik met drie vingers in mijn neus kom vertellen hoe de wereld in elkaar zit. Het is ook een strijd, net zo goed voor mij. Ik sta wel aan de kant van het publiek, ben daarin ook hard, maar dat is uiteindelijk in dienst van de humor. En soms zoek ik juist de nuance.’

Je hebt zes tv-programma’s gemaakt voor het Liliane Fonds in derdewereldlanden. Heeft dat je ogen geopend?
‘Neen. Het heeft me bevestigd in iets wat ik al wist. De media berichten meer en meer gekleurd over de derde wereld. De rechtvaardigheid, de nuance en de subtiliteit vind je steeds minder terug. Een voorbeeld? De wereld wordt steeds ingewikkelder. Wordt een ziekenhuis gesponsord door een goed doel, dan is dáár ineens heel veel geld. Dat betekent dat dat ziekenhuis de beste artsen uit dat derdewereldland kan aantrekken. Met als gevolg een leegloop in andere regionale ziekenhuizen. Dat heeft geen zin. En met dat soort fundamentele dingen kom je daar de hele tijd in aanraking. Dat drukt je met de neus op de feiten, in de zin dat je altijd genuanceerd moet zijn. En in humor moet je daarin af en toe heel hard zijn.’

‘Ik voer een gevecht in de marge’

Zoals een scène waarin je hardop voorleest uit het script: Les 5, gehandicapten interviewen. Ben je zo geboren? Heb je een ongeluk gehad of heeft een buitenaards wezen je meegenomen naar z’n ruimteschip om experimenten op je uit te voeren?
‘In humor moet je ook de grens kunnen opzoeken. Maar altijd op basis van gelijkwaardigheid en respect. In een cultuur waar iemand met een handicap wordt gezien als alien, kun je dat ook zo hard zeggen.’

De landen die je bezocht hebt, vertel je in een van de uitzendingen, hadden niets naar westerse maatstaven. Maar spiritueel zijn ze enorm rijk. Kun je dat toelichten?
‘In het westen is gekozen om geloof, godsdienst, religie, wat als een knelling kan voelen, en in veel gevallen ook is, van ons af te werpen om daar een soort vrijheid – rijkdom – voor in de plaats te krijgen. Alleen, wat we nu merken, is dat die welvaart, dat consumentisme, zich als een religie gaat gedragen ten opzichte van mensen. Dus dat het eigenlijk een zelfde soort knelling wordt. Dan is het nogal leeg.
In de ontwikkelingslanden heb je die welvaart niet. Daar is men nog eeuwen terug en zijn spiritualiteit en religie heel erg belangrijk. Ze geven antwoorden, maar dat zijn natuurlijk niet de goede antwoorden.’

Je zegt natuurlijk…
‘Een kind met een handicap is een straf van god. Dat is geen goed antwoord. In de eerste plaats omdat er geen god is in mijn beleving. En in de tweede plaats kan iets nooit een straf zijn als je over die god zegt dat ie alleen maar liefde is. In Sri Lanka denkt men dat men zelf de schuld is van de tsunami, omdat men niet vaak genoeg naar de tempel ging. Dat is onzin natuurlijk. Aan de andere kant, als die mensen dat geloven, dan is dat ook fijn. Dan kun je de ramp beschouwen als een brute wake-up call en voortaan wel naar de tempel gaan. Het besef dat het voorkomen had kunnen worden met de juiste apparatuur en met geld, maar dat alles in handen is van de Amerikanen, is een veel cynischer boodschap. Maar wel de waarheid.’

Complottheorieën maakt mensen ook cynisch.
‘Het is ook wat je wilt geloven. Ik denk dat veel mensen de dingen bewust allemaal niet aangaan. Om zichzelf toch ergens te beschermen, een leuk leven te hebben. Dat kan ik ook goed begrijpen. En dan is het vervelend als je naar een avondje cabaret gaat en je komt een man tegen die dat ineens allemaal wel gaat vertellen.’

Waarom kan jij niet met een biertje op de camping zitten?
‘Dat kan ik niet. Daarvoor ben ik misschien te ver de weg opgegaan als je het figuurlijk wilt zeggen. Nu kan ik niet meer terug. En er zijn wel momenten van onzekerheid en kwetsbaarheid, dat ik denk: ik kan toch ook een show maken met alleen maar lol. Maar daarin zou ik mezelf teleurstellen.
Ik merk als het me wel lukt om dingen over het voetlicht te krijgen en mensen te raken en te laten nadenken, dat dat voor mij de meest bevredigende momenten zijn.’

Gaat dat van een leien dakje of moet ook jij woekeren met je talenten?
‘Het is keihard werken. Dat is wat mensen zich niet altijd beseffen. Zeker als je een grote mond hebt zoals ik, dan moet je het dus ook de hele tijd waarmaken. Komt er van alles op mij af, en daarin moet ik veel wegsnijden.’

‘Iets kan nooit een straf van god zijn als je over die god zegt dat hij alleen maar liefde is’

Na de programma’s voor het Liliane Fonds heb je een stichting opgericht, Child at Venture. Wat is dat?
‘Deze stichting stimuleert ondernemerschap onder jongeren in ontwikkelingslanden. Ondernemerschap staat wat mij betreft voor zelfstandigheid en voor zelf nadenken en beslissen over je leven. Succesvolle mensen daar kunnen een inspiratie voor anderen zijn. Het is ook een goede manier om een eigen identiteit te verwerven en om boven de omstandigheden uit te stijgen.’

Weer die bevlogenheid en inspiratie. Wie doet nou zoiets?
‘Ja, wie doet zoiets. Je moet een soort energie hebben en denken: ik doe dat. Belangrijk is wel dat je het niet te groot maakt, inhoudelijk houdt. Want het grootste probleem van ontwikkelingshulp is dat het heel erg vorm is. Hoe het eruit zit, met wie, goede doelen, bladiebla… Het wordt een doel op zich, terwijl het om de inhoud moet gaan.
Wat betreft die inspiratie: ik geloof wel in de vonk. Wie of wat dat is, is per keer verschillend. Daarvoor moet je wel goed kijken en luisteren. In de nuance ligt de waarheid besloten. Maar hoe mensen nu leven is precies andersom, polariserend. Je moet gelijk een mening hebben. Tijd voor twijfel is er niet. Twijfel is zwakte in deze tijd.
Ik prijs mij gelukkig dat ik mijn eigen weg kan gaan. Ik krijg het vertrouwen van het publiek, dus kan ik mezelf nog steeds ontwikkelen. Maar je moet altijd iets doen wat je nog niet kan. Ik denk dat die mentaliteit een beetje weg is. Want dat is eng, onzeker.’

Hoe pak je dat aan? Neem je je angst onder de arm?
‘Ik creëer een omgeving die veilig is, waarin ik word uitgedaagd en gesterkt als dat nodig is. Kijk, het podium is voor mij de meest veilige plek. Na vier maanden niet-optreden moet ik echt weer dat podium opzoeken, anders raak ik onzeker. ‘

Op het podium roei je vaak tegen de stroom, tegen de tijdgeest in.
‘De tijdgeest is redelijk korte termijn denken, is er een van hypes. Het gaat over winnaars en verliezers. Iedereen kan binnen no time winnaar zijn, wat betekent dat je ook heel snel verliezer bent. En dat is de grootste angst van mensen, om verliezer te zijn.
Een inmiddels bekende manier om populair te worden, zo weet men ook in de politiek, is een houding aan te nemen waarin mensen zich kunnen weerspiegelen. Een populaire politicus is een politicus waarvan mensen het gevoel hebben dat ze er alles in kwijt kunnen wat ze zelf ook vinden. Toen Wouter Bos eenmaal standpunten begon te krijgen, verloor hij zijn populariteit. Liepen de kiezers weg.
Het valt mij op dat geen politicus kan uitleggen dat het terugbrengen van de files en het omlaag brengen van de belastingen onverenigbaar zijn. En dat niemand dit door heeft.
Ik zat op een gegeven moment op de publieke tribune bij de Algemene Beschouwingen. Daar heb ik behoorlijk goede dingen horen langskomen. Maar ja, dat soort dingen zie je niet op televisie omdat het niet spicy genoeg is. En als het niet bij NOVA komt, komt het dus ook niet bij Pauw & Witteman, komt het niet bij De Wereld Draait Door en is het dus niet gezegd. Dat is een probleem waar ik tegen vecht.’

Weer die bewustmaking…
‘Ik realiseer mij dat ik een gevecht in de marge voer. In het theater zijn het twee tot driehonderd mensen, soms achthonderd die het horen. Wat daar vervolgens mee gebeurt, daar heb ik geen invloed op.’

Dit artikel verscheen eerder in ParaVisie van september 2008.

Advertenties

Over Frans

Frans Vermeulen took his first spiritual footsteps in Australia at the Australian Institute of Metaphysics. Thereafter he focused as a writer on spiritual topics. Frans has interviewed some of today’s leading spiritual teachers, including Rananda, John de Ruiter, Drunvalo Melchizedek, Robbert van den Broeke, Caroline Myss, Ton van der Kroon, William Whitecloud, dr. Sha, Robbert Moss, Olof Smit, Patricia Cori, Robert Tenzin Thurman, Eric Pearl and Gary Renard. His greatest love is what he regards as “the pure non-duality of A Course in Miracles.”
Dit bericht werd geplaatst in Actueel, Interviews, ParaVisie, Spiritueel en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s