‘Zien Is Misschien Geloven’

Paul HarmansPaul Harmans over ufo’s

‘Ik vind mezelf een boodschapper’, zegt Paul Harmans (52) ergens tijdens het interview met Frontier magazine. De man die dit jaar voor de vierde keer is genomineerd voor de Frontier Award heeft een missie. Hij wil Nederland laten delen in zestig jaar ufohistorie. ‘Er zijn feiten, aan bewijs grenzende zaken, en die vind je op mijn website.’ Misschien dat het ooit tot wetenschappelijk onderzoek leidt naar het ufofenomeen.

September 2002 zag Harmans’ website ufowijzer.nl het licht. Gelijk met ufoplaza.nl en 28 jaar nadat hij zelf op zeventienjarige leeftijd een unidentified flying object (ufo) zag. Voor de eerste en laatste keer totnutoe.

Wat kan jij je daarvan nog herinneren?
‘Alles natuurlijk. Het was eind ’74, ik weet niet meer de exacte datum. Ik stond samen met tien zeemannen op de achterplecht van een olietanker. We lagen in een droogdok in Marseille dat langzaam onder water liep. Iedereen stond stand-by aan dek. Op dat moment zag een van ons een helder wit licht boven de duinen. Iemand riep: “Dat is Venus”. Onze stuurman, die toen nog op de sterren navigeerde, weersprak dat. “Een ufo”, riep een ander. Uiteindelijk zag een van ons vanuit de stad een bolletje komen aanvliegen. Net zo fel. Met de snelheid van een helikopter vloog deze de grotere bol binnen. Niks botsing en ook geen explosie. Zo’n vijf minuten later schoot de grotere bol tot onze verbazing omhoog. Sneller dan een vallende ster en binnen een paar seconden was het een stipje.’

En dan duurt het 28 jaar voordat je een website begint?
‘De eerste twee jaar heb ik het nog wel eens aan iemand verteld, maar bijna iedereen lachte mij uit. Op verjaardagen kreeg ik wel eens een boek over ufo’s waar ik als een kind zo blij mee was. Wat ik daarin las, linkte ik steeds meer aan mijn eigen ervaring. Ik las krantenartikelen en abonneerde mij op Frontier Magazine. Alles probeerde ik te pakken te krijgen. Toen het internet zijn intrede deed, praatte ik mee op forums en ondertussen vertaalde ik artikelen uit het Engels. Die heb ik uiteindelijk op mijn eigen site gezet, want ik wilde een eigen platform, zonder discussie. Rick Speelman richtte min of meer gelijk ufoplaza op en koos wel voor een forum, zodat wij elkaar perfect aanvulden.’

In juli was het Wereldufodag en schreef het AD: “Soms gebeuren er echt rare dingen”.
‘Van tijd tot tijd is er aandacht voor ufo’s in de mainstream media. Toen de Britse ufofiles in mei van dit jaar vrijkwamen, werd dat nog lacherig afgedaan. Ene meneer Clarke, een debunker (iemand die zaken als het ufofenomeen in diskrediet brengt en verklaringen hiervoor afdoet als vals, overdreven, onwetenschappelijk of pretentieus, fv), had namelijk keer op keer verklaard: er is geen cover-up. Maar dan lijkt het er wel op alsof het ufofenomeen denkt: ik laat mij niet in de hoek drukken. Ik pak groots uit. Op 8 juni meen ik, heeft dan een Britse politiehelikopter een bijna-ongeluk met een ufo. Een paar dagen later zien medewerkers van een Engelse RAF-basis overdag veertien objecten vliegen. Beide incidenten komen breeduit in de Engelse kranten. Nog een aantal dagen later fotografeert een Engelse professor met zijn zoon vreemde lichten. Dat logenstraft de beweringen van Clarke: “Het is niet serieus die groene mannetjes”.’

Alleen jammer dat die beelden altijd zo slecht zijn.

‘Ja, maar niet van Billy Meier (Zwitser die vele foto’s van ufo’s heeft gemaakt, fv). Dat is de paradox. Als foto’s wazig zijn, dan zegt men: daar kunnen we niets mee. Nou is een foto of film op zich al helemaal geen bewijs, maar oké. Maar zodra Meier met zijn puntgave foto’s komt, zeggen sceptici: “Die foto’s zijn veel te duidelijk. Dat zie je toch, dat kan alleen maar nep zijn”. Maar er zijn bijvoorbeeld ook heel duidelijke beelden uit Mexico. Journalisten vragen mij wel eens waarom die ufo’s dan niet landen voor het Witte Huis. Dat hebben ze ook gedaan in 1952, althans, ze hebben er massaal boven gevlogen.’

‘Iedere boerenlul met gezond verstand snapt dat Roswell geen weerballon was’

Maar echt contact, dat we weten of ze ons komen redden of vijandig zijn?
‘Anton Teuben van de website niburu.nl heeft ooit gepubliseerd dat het Ashtar Command de gelovigen zou komen redden. Dat zijn gechannelde boodschappen. Dat is niet de manier waarop ik met het ufofenomeen omga. Wèl kan ik mij voorstellen dat als er buitenaardse beschavingen zijn, en er is geen wetenschapper meer die dat betwijfeld, dat die zich houden aan bepaalde ethische normen en waarden. Dat men het heelal mag onderzoeken, maar dat contact of inmenging uit den boze is. Men observeert. En niet zoals wij mensen die kolonialiserend de wereld over gingen en daarbij culturen en beschavingen vernietigden.’

Stel dat dat zo is, maar er stort een toestel neer, dan is er toch contact?
‘Dat risico is er altijd, zoals in 1947 bij Roswell. Dat ongeluk was gegarandeerd buitenaards gerelateerd. Stanton Friedman heeft daar veel onderzoek naar gedaan. En ook de laatste getuigenissen opgetekend in Witness to Roswell: Unmasking the 60-Year Cover-Up van Carey en Schmitt liegen er niet om. Ik heb Roswell lange tijd afgedaan als oude koek. Een verhaal dat iedereen nu wel kent. Maar de getuigenissen uit dit boek, doodsbedverklaringen van comateuze oud-militairen die zeggen: “We hebben wezens geborgen. O, wat waren die ogen groot”, liegen er niet om. Vandaar dat Roswell voor mij ineens heel belangrijk werd. Daar ligt het begin van de moderne ufologie.’

En er is meer…
‘Zeker. Er is het Disclosure Project van Steven Greer. Meer dan vierhonderd overheidsambtenaren, militairen en geheim agenten getuigen van hun persoonlijke betrokkenheid bij ufo’s, buitenaards leven en ET-technologie. Ook is er Richard Haines die meer dan drieduizend piloten interviewde die ufo’s hebben waargenomen. Richard Hoagland ten slotte is in dit magazine uitgebreid aan bod gekomen naar aanleiding van zijn laatste boek Dark Mission – The Secret History of NASA. Hij toont daarin aan dat er onder meer op de Maan en op Mars beschavingen zijn (geweest), maar dat NASA er alles aan doet om die voor het publiek te verbergen.’

Zijn we toch weer aangekomen bij conspiracy.
‘Dat weet ik niet. Ik onderzoek alles waar ik mijn hand op kan leggen. Een voorbeeld. NASA heeft zijn fotografie niet zelf in beheer, dat wordt gedaan door een privaat bedrijf in Dan Diego, Main Space Science Systems. Dat bedrijf heeft het recht om foto’s niet vrij te geven. Dan denk ik: wat is dat voor onzin? NASA wordt gefinancierd met belastinggeld, maar alle foto’s worden eerst gescreend voordat ze worden vrijgegeven. De Clementine satelliet heeft recent miljoenen foto’s van de maan gemaakt. Als dat nou een zandbak met kuilen is, waarom mogen wij dan niet alle foto’s zien?’

Wetenschappers zijn niet nieuwsgierig naar ufo’s, maar bang voor hun reputatie, carrière en fondsen

Zijn er wel eens waarnemingen in Nederland?
‘Zeker. Jan Blei en Erwin Noorman (Shoreline radio) doen daar onderzoek naar. Zo hoorde ik laatst van een man die boven de duinen een waarneming deed van vreemde objecten. Hij maakte daar melding van bij de politie. De volgende dag werd hij gebeld door Martin Hulspas van Stichting Skepsis. Hulspas zei tegen die man: “Ik doe onderzoek naar ufowaarnemingen. U heeft er een waargenomen?” Vraagt die man: “Hoe weet u dat?” Hulspas: “Ja, ik krijg wel eens een telefoontje…” De bewuste man laat het er niet bij zitten en schakelt de Nationale ombudsman in, omdat hij een geheim telefoonnummer heeft. Die volgt het spoor terug tot het Air Operations Control Station in Nieuw Millingen waar de gevechts- en verkeersleiding van de Koninklijke Luchtmacht gevestigd is. Alle ufo-waarnemingen worden namelijk aan hen doorgegeven en zij blijken Hulspas te hebben ingeseind.’

Vreemd.
‘Die man heeft uiteindelijk gelijk gekregen van de ombudsman. Men mag namelijk geen geheime telefoonnummers doorgeven. Hulspas doet er heel geheimzinnig over waarom hij mensen opbelt. Zegt dingen als: “U hebt waarschijnlijk een lasershow gezien”. Maar dan is mijn vraag: waarom doken er dan ineens helikopters en straaljagers op boven de duinen? Daar geldt een vliegverbod.’

Waarom zoveel moeite doen om zo’n voorval te ontkrachten?
‘Weet ik niet. Wim van Utrecht van Caelestia zegt over mijn waarneming uit 1974: “Je zou eens de meteorologische omstandigheden van die dag moeten opvragen”. Zou het dan een meteorologisch fenomeen zijn? En als het dat dan is, waarom is er geen enkele meteoroloog geïnteresseerd in zulke fenomenen? Want het was geen onweerswolk en ook geen bolbliksem. Wetenschappers behoren nieuwsgierig te zijn, maar waarom zijn ze dat dan niet naar het ufofenomeen? Ik denk dat ze bang zijn voor hun reputatie, carrière en fondsen. Ik kan mij voorstellen, ik zeg niet dat het zo is, dat regeringen of geheime diensten ufo’s zo belachelijk maken, dat wetenschappers er geen werk van maken.’

Verklaarbaar of onverklaarbaar, dat is de vraag.
‘Negentig procent van alle ufowaarnemingen is verklaarbaar, maar waar het mij om gaat, is die tien procent onverklaarbaar. Dan kunnen de heren sceptici zich wel vastbijten in de negentig procent om aan te tonen: zie je wel, dat is een vliegtuig, dat is een weerballon, dat is een natuurlijk fenomeen. Laat als het duidelijk is dié waarnemingen liggen en bijt je vast in de overige tien procent.’

Misschien is het onwil. Misschien wil jij ook wel gelijk hebben?
(Lacht.) ‘Als je nou je gezonde verstand gebruikt… De heren van Skepsis zijn beslist niet achterlijk. Ze zijn bijna allemaal universitair geschoold. Maar intelligentie en wijsheid zijn twee heel verschillende dingen. Kijk naar Roswell. Iedere boerenlul met gezond verstand snapt dat het geen weerballon kan zijn geweest. Dat de militairen van de nucleaire basis aldaar zich hebben vergist. Wat het dan wel is geweest, daar kunnen we over discussiëren. Zien is wellicht geloven’, zegt Harmans tot besluit.

Paul Harmans – http://www.ufowijzer.nl – Lees eerst… Oordeel dan

Dit artikel verscheen eerder in Frontier Magazine 14.6, 2008.

Advertenties

Over Frans

Frans Vermeulen took his first spiritual footsteps in Australia at the Australian Institute of Metaphysics. Thereafter he focused as a writer on spiritual topics. Frans has interviewed some of today’s leading spiritual teachers, including Rananda, John de Ruiter, Drunvalo Melchizedek, Robbert van den Broeke, Caroline Myss, Ton van der Kroon, William Whitecloud, dr. Sha, Robbert Moss, Olof Smit, Patricia Cori, Robert Tenzin Thurman, Eric Pearl and Gary Renard. His greatest love is what he regards as “the pure non-duality of A Course in Miracles.”
Dit bericht werd geplaatst in Frontier Magazine, Interviews en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s