Olof Smit: ‘Ik ben mijn leven lang al op zoek naar mezelf’

Cover Frontier Magazine, jaargang 18.9, nummer 111, nov/dec 2012Vader Aarde en de aardse taal van Olof Smit werd eind oktober gelanceerd tijdens het Frontier Symposium. In de vorige nummer van Frontier magazine stond een voorpublicatie; deze editie laat Earthfather Smit, beter bekend als de vloekendokter, persoonlijk aan het woord.

Het boek ligt in de winkel en dus is het niet zo interessant Smit te vragen wat er in staat. Boeiender bijvoorbeeld zijn de reacties die Smit oproept met zijn werk en workshops Ziel en dialoog. Daar kom je onder meer achter als je het internet op gaat en de commentaren leest onder het artikel ‘In de ban van de vloek’: òf hij wordt verguisd – charlatan! – òf de spirituele hemel in geprezen – down to earth. Hoe zit dat?

Smit: “Ik houd mij niet bezig met de twee uitersten, want die zijn toch vrij zeldzaam hoor. Spiritualiteit dringt steeds verder door, zeker in Nederland, maar sommigen denken dat ze god zijn, dus die zijn altijd woedend. Die willen wèl een zachte heelmeester, maar geen stinkende wonden. Kortom, er is altijd een groep die mij wil adoreren omdat ze op de vlucht zijn van zich Zelf, en er is een groep die mij de grond in wil boren om diezelfde reden.”

Chantal schrijft op renvogel.com: ‘Uit de verscheidenheid van reacties zie je de verschillende lagen van mensen. Soms worden dingen gezegd (door Smit, fv) die eerst niet begrepen zullen worden. Maar boos worden op een ander is nooit de oplossing. De spiegel ligt altijd bij jezelf. Boosheid betekent vaak dat iets waar is, en wat je zelf nog ontkent. Alles is een keuze. De mensen die me begrijpen zullen weten wat ik bedoel. De mensen die me niet begrijpen raken hierdoor ‘boos’ en misschien wel gefrustreerd. Hulp vragen is reëel en wat je met het gegeven doet – leuk of niet leuk – is een keuze. Sommigen zitten op een punt dat het bijna niet verder kan afzakken en pakken dan alles aan. Dat zijn mensen die weinig boosheid meer hebben naar hulp. Je zult ook zien dat deze mensen altijd baat hebben omdat ze echt willen, misschien niet met de manier van hulp, wel naar de beweging. Om snel te gooien met woorden als ‘charlatan’ zegt eerder iets over de staat van deze persoon dan over degene die het zou moeten betreffen. Ben je dan in staat, of heb je de moed, om dan naar je zelf te kijken? Naar waar jij de charlatan in je eigen leven bent?’

Met andere woorden: als je er klaar voor bent, ben je er klaar voor …

Smit: “Precies. Ik noem ze wonz-en, de wijze oude nieuwsgierige zielen. Die worden per generatieoverslag in iedere familie gebracht. Het zijn de zielen die vijf miljoen jaar geleden zijn gaan zakken om culturen te bouwen. Vergeet niet dat zij eeuwenlang achtervolgd zijn. Net zoals ik.” Smit doelt op zijn carrière als documentairemaker. Landbouwminister Gerrit Braks was not amused toen Smit de misstanden in het milieu gefilmd had. En toen Smit geen water bij de wijn wilde doen, onomkoopbaar bleek, kreeg hij NvN voor zijn naam – Niet van Nut. De geldkranen gingen dicht, Smit werd geïsoleerd en uitgerangeerd. “Net zoals de farmaceutische industrie de natuurgeneeskunde op een zijspoor zet, zet de gangbare landbouw en voedselindustrie de biologische landbouw op een zijspoor.”

Die spirituele academie moet er komen

heksenverbrandingSmit maakt nogmaals een sprong terug in de tijd als hij beschrijft hoe de gevestigde orde in de middeleeuwen, hij doelt op de uitvinder van de franchisegedachte samen met de adel, alles wat wonz was in Europa verketterde en vermoordde. “Dan praat je niet over tienduizend hè. Dan praat je over tienduizenden in elk land. Alles wat spiritueel was, alles wat met kruiden kon werken, alles wat organisch wilde en alles wat op tijd zag en niet te laat, werd op kerkpleinen onder het toeziend oog van het volk verbrand. Kerk en adel deden dat om de ego-ontwikkeling te voorkomen. De fysieke en spirituele macht moest ten koste van alles worden behouden.”

Zwarte schaap van de familie

Dat is nu doorbroken, volgens Smit. “Als op een kerkplein in Rome wordt verteld dat homofilie niet mag, realiseert het volk zich met schaamrood op de kaken dat zestig procent van het kerkpersoneel homofiel is. De spirituelen die eeuwenlang niet mochten weten, beginnen nu heel langzaam en onder meer via Zesde Zintuig, Char en babyfluisteraar – het is net een circusact – te ontdekken dat zij de leiders zijn, de coaches, de genezers; binnen de familie maar ook in grotere kring. En in dat wakker worden kom je frustraties tegen.”

Wat wil je ook? Velen herkennen zich in de schets van een zoektocht vanaf de geboorte naar erkenning, het zwarte schaap van de familie zijn, en ga zo maar door. Die willen van ene Smit niet horen dat ze een vloek meetorsen. “Die willen van mij weten wanneer ze met wie en in welk beroep gelukkig worden. Anderen denken: Shit, hij moet niet meer weten dan ik. Want denk erom, voor de vioolbouwer, de loodgieter en ga nu maar elk beroep op aarde noemen, is een school. Behalve voor de spirituele. Het is niet voor niets dat Joanne Rowling 450 miljoen Harry Potterboeken heeft verkocht. Degenen die dat boek kopen, bedoelen daarmee: die spirituele academie moet er komen.”

Mark van de Leur schrijft op renvogel.com: ‘Wauw, wat een mooi stuk. Ik kan zeggen dat mijn ervaring is zoals het hier staat beschreven. Helder, duidelijk en to the point. Geen spiritueel geneuzel maar recht voor zijn raap en met de spijker op zijn kop. Olof heeft mijn blokkades weggehaald waardoor ik kan doen wat ik nu doe. Zoals Olof zei: ‘Mark, je bent een geboren coach. Zolang jij in loondienst blijft, blijf je een slaaf en kan ik jou niet helpen. En jij helpt jezelf ook niet in de missie die je hebt.’ Van de vloeken wist ik waar ze zaten en Olof kwam met de bevestiging.’ Niet dat Mark aanvankelijk niet sceptisch was, ‘maar dat is het eerste wat ik heb los gelaten en nu geloof ik dat het zo is.’

“Je kunt wel nagaan”, vertelt Smit, “hoe verdwaald spirituelen zijn als ze in een familie rondlopen met generaties vloeken op hun nek. Dat ze dan tegen mij tekeer gaan of mij adoreren, ja, die heb je. Maar ik denk dat meer dan negentig procent het prima vindt wat ik doe. En na die twaalf jaar hebben de wonz-en ook fantastische resultaten geboekt met zichzelf.”

Vader aarde en de aardse taalToch even over je boek. Ben je tevreden?

“Ja, en veel meer dan dat. Als ik het teruglees ben ik zó trots. Dat had ik niet verwacht, want ik had alleen ervaring met scenario’s en ik noemde dat geen schrijven. Ik kon neerzetten wat ik bedoelde, en met dialoog was ik bekend. Matthijs van Heijningen en al die andere gasten wisten, als je een dialoog moet hebben, moet je bij Smit zijn. Ik moest alleen groeien om de volwassene die ik nu ook ben tegenover het kind te kunnen zetten. Dus de Vader Aarde en de klootzak die zegt: ‘Wie ben jij nou weer?’ En dat aan het einde van het boek Vader Aarde mijn straattaal begint te spreken. Dan beginnen we te lachen …”

Toen Smit onomkoopbaar bleek, kreeg hij NvN voor zijn naam – Niet van Nut

Ik wil met je kijken naar het feit dat je altijd op zoek was. En dan opeens is het moment daar en denk je: dit is het.

“Dat op zoek zijn was in het milieu. Het ontdekken dat het vreten niet te vreten was. Ik ging roeren en schrok me de pleuris. In de akkerbouw, in de glastuinbouw, in de veeteelt. Vier etages varkens en toentertijd al 100.000 kippen bij een boer. Nu heb je zelfs plofkippen van 2,5 kilo. Het is ongekend. En dan staat er weer in de krant: Biologisch eten niet gezonder. Zet dan maar eens de natuurkip naast de plofkip. Hoe bedoel je net zo gezond? Toentertijd werd dat al zwaar bevochten, met dezelfde krantenteksten als nu, en daarom is het aandeel van biologische voeding in de laatste dertig jaar slechts met één procent gegroeid, van 4,5 naar 5,5 procent. Er is bijna niets bijgekomen, omdat het wordt verboden. Begrijp je? Ik beschrijf dat ook in het boek.”

Medicijn tegen aids

Smit doelt op het feit dat door de industriële revolutie de hiërarchie van kerk en adel verdween en multinationals (lees: de nieuwe kerk) het roer overnamen. Regeringen werden de controleurs en daarmee de nieuwe adel. Maar voor de vorming van de nieuwe hiërarchie waren handen aan de lopende band nodig. “Door schaalvergroting wist men dat zeventig procent van de boeren en vissers zou afhaken. Die kwamen daarmee vrij als mankracht voor de melkfabriek, de broodfabriek enzovoort. En dus hadden ze robotten. Voorstudies hadden al bewezen dat men twintig jaar later creativiteit zou gaan missen. Dat was dus het moment dat recreatie werd geboren. En toen hadden ze vrolijke robotten. Weer tien jaar later verwachtte de farma de eerste psychosomatische ziekten die men niet kon genezen. Men kon de vrolijke robotten wel weer rechtop krijgen. Dat is wat we nu hebben.”

Vervolgens kwam er iets anders op Smit’s pad: een film maken voor een International AIDS Prevention and Care Program in Amsterdam. “Daar liep ik een jongen tegen het lijf, die zei: ‘Een neef van mij in Suriname heeft het aidsmedicijn’. Waarop ik riep: ‘Er zijn meer mensen die dat willen uitvinden dan aidspatiënten zelf’. Maar ik besloot wel een half jaar met een camera achter hem aan te lopen in Suriname. Daar waren fantastische resultaten. De neef en zijn familie heb ik toen naar Nederland gehaald om een praktijk op te starten, maar die kregen binnen de kortste keren ruzie. Waarop de familie tegen mij zei: ‘Waarom kom jíj niet die medicijnen leren? We wilden het neef vertellen, want we willen een economisch wapen hebben om de regering te vertellen: Kap het bos niet verder. Je kunt veel meer verdienen met de kruiden en de kennis’.”

MarronsBen je toen echt in het diepe gesprongen?

“Nou nee, maar ik vond het wel een kick. Ik had in Nederland toch geen fuck te doen. Ik kon niet meer filmen, reclame wilde ik niet meer en speelfilm vond ik te kinderachtig. Kijk, ik wist één ding: dat de Afrikanen die daar in het bos niet thuishoorden ontzettend diep hebben moeten gaan om te overleven. Net als ooit de joden in Duitsland en Polen. Dus moesten ze antwoorden hebben. Want weet je wat er met je gebeurt als je wordt gedeporteerd uit je land, vlucht van de plantages en wordt achterna gezeten door je eigen stamleden? Dat levert trauma’s op van heb ik jou daar; dat geeft ziektebeelden. Die Afrikanen hebben alle ziektes van de wereld, net zoals wij, én ze worden honderd. Als je driehonderd jaar weet te overleven in een tropisch regenwoud en je hebt alle ziektes … hoe doe je dat? Dan moet je antwoorden hebben. Maar wát ik zou tegenkomen, dat wist ik weer niet.”

En als ik zeg: je bent jezelf tegengekomen?

“Alleen maar. Maar dat doe ik mijn leven lang al. In milieu ook. Ik liep al bij een psychiater op mijn 27e. Toen ik bij hem kwam zei ik: ‘Luister eens, ik functioneer prima maar een paar dingen lukken bij mij niet, dus die wil ik veranderd zien. En je gaat mij geen patiënt noemen.’ Toen moest hij lachen, professor dokter Van Leeuwen, een fantastische man. Dus ik was toen al op zoek naar mezelf. Wil je een goede titel hebben voor dit verhaal? Ik ben mijn leven lang al op zoek naar mezelf.”

En heb je nu jezelf gevonden?

“Ik heb geen idee. Want ik heb zoveel rust dat ik mij daar niet meer mee bemoei, dus dat zal wel. In het boek schrijf ik dat tijdens mijn verblijf in het bos die rust groeit, en dat ik op een gegeven moment zeg: ‘Vader, ga me nou maar vertellen wat jij mij wijs wilt maken, want ik weet nu wel genoeg van mezelf. Mijn tegens ken ik ook wel, dus ik weet wel wanneer ik jou begin aan te vallen.’ Net zoals mijn klanten dat soms doen. Sommigen zeggen: ‘Je vertelt waarheden, maar ik zie het als een aanval.’ Dat had ik ook, dus ik begrijp ze wel.”

Anti-goeroe

“Kijk, je moet je voorstellen dat totale rust niet bestaat. Dat is als je boven bent, niet op aarde. Als ik rust zou hebben, mèn. Vreselijk lijkt me dat. Ik heb wel de rust dat ik denk: ik zou nu ook dood kunnen gaan. Lijkt me ook wel leuk. Dat is net zo leuk als wanneer ik blijf leven, hè; het is nu dus niet minder leuk. Maar eigenlijk weet ik helemaal niet meer wat ik wil en wat ik ga doen. Of dat nu komt door luiheid of dat ik het punt bereikt heb van innerlijke rust? Ik weet het niet, maar dat ga ik ontdekken.”

Janneke Eliza beschrijft Olof Smit op het internet als een anti-goeroe. ‘Niks volg mij, maar volg je Zelf. Hij is ook anticommercieel. Niet zo van: koop mijn cd en kom naar mijn volgende workshop. Er was iemand die drie flesjes met kruiden wilde kopen, maar zij kreeg als reactie dat twee genoeg was. Een ander die een flesje wou kopen, kreeg te horen dat zij sterk genoeg was het zelf te doen.’

goeroeSmit kwam in Trinidad ooit in aanraking met een heel jonge goeroe. “Hele leuke gozer, prachtige ogen, heel verlicht. We hebben anderhalf uur zitten lullen over hoe hij goeroe was geworden en ik het bos ingedoken. Enfin, een moderne goeroe ook, want op het eind maakte hij nog een digitale foto van ons. Ik ging vervolgens naar huis en ik trapte daar tegen mijn gedroogde kruiden aan. Iets wat ik nooit doe. Ik denk: hè? Wat was dat nou? Ik check met de pendel en daar zegt mijn ziel: ‘Onmiddellijk terug naar de goeroe. Wat bleek? Hij had de foto’s bekeken en zag ontzettend veel duisternis boven mijn hoofd. En dat had hij ongevraagd weggehaald.”

De kerk is de uitvinder van de franchisegedachte

“Ik stond de man aan te kijken, apathisch, en ik dacht: ik word niet goed. Dat is nu Vodan, de god van de duisternis. Wist hij veel, want hij had de twaalfde statie nooit doorlopen. Dus ik zeg: ‘Ik zal je een verhaal vertellen over een oude goeroe. Kinderen gaan naar hem toe, gaan bij hem in de leer, twintig jaar. Het eerste wat de baba doet is de god van de duisternis omdraaien tot duisternis, zodat ze nooit weg kunnen lopen. En dan bij zo’n 25 jaar worden ze de ashram uitgeschopt en moeten ze wereld in om de brahman in zichzelf zoeken: hij die afstand doet van alles. En doet ie dat, dan is hij vrij, dan is de innerlijke rust maximaal en dan zal hij op een dag zelf ontdekken dat hij de god van de duisternis mist. En dat hij hem zelf kan omdraaien. Dan gaat hij terug naar de baba, die al van ver staat te zwaaien om hem te verwelkomen’.”

“De twaalfde is dus door je eigen duisternis heen. Eenmaal weer thuis is mijn ziel woedend: ‘Wanneer houd je nou eens op? Om tegen mensen op te kijken die wat gepresteerd hebben of denken dat ze wat kunnen. En dat was een van mijn laatste stadia waar ik doorheen moest.”

“Ken je dat verhaal van de berg? Dat ik als een bezetene de helling opren? Naar de kou en de ademnood en geteisterd op de top kom? Daar is een breed licht; ik heb overzicht over alles – totale verlichting. De knopen schieten van mijn borst zoveel zuurstof kan ik naar binnen halen. Hoor ik naast me zeggen: ‘Mooi plekkie hier, hè jongen?’ Als er ooit een moment in mijn leven is geweest dat ik niemand naast me duldde was het dat moment, want ik dacht dat ik Jezus II was. Dus ik roep: ‘Who the fuck ben jou nu weer?’ Hij: ‘Nou, ik ben god zelf als je het niet erg vindt en dit is mijn stekkie. Maar je mag hier wel effe zitten. Maar dadelijk ga je de helling weer af.’ Zeg ik: ‘Wát!? Al die staties van verlichting terug?’ ‘Ja, terug naar het volk en dan ga je misschien nog een of twee staties terug naar verlichting en neem je het volk daarin mee. Wat alle ‘grote leiders’ niet doen. Ze gaan op de berg zitten en dalen de helling niet meer af om dan mee te doen met het volk’.”

“Dus zo banaal moet je zijn. Je moet terug naar de banaliteit om de rest mee te nemen. Maar de meesten aan de top zijn boven gebleven. Ik heb een keer een droom gehad dat ik in een tempel van Boeddha kwam. Zo’n dikke ijsetende Boeddha. Prachtig. Hij zat op zo’n plateautje, drie treden hoog, en ik zei: ‘Hallo’, maar hij keek niet om. Ook onbeleefd, dacht ik, en ik stond daar maar. Ineens hoorde ik een fluitketeltje op de achtergrond. Toen trok ik mijn mond open en ik zei: ‘Hallo, je hebt gasten, pik. Gaan we theedrinken of niet?’ Vervolgens viel hij bulderend van het lachen uit zijn volle lotuspositie op zijn rug. Ik dacht nog: dat heb ik goed gedaan, dat ik hem aan het lachen kreeg. Maar later dacht ik: nee, hij leerde mij dat ik mijn bek moet opendoen naar autoriteit toe. Ik ben dus door die staties heen en nu ga ik heel ordinair naar een sportschool en breng ik mezelf weer fysiek op peil. Eigenlijk ben ik nu weer terug bij die boerenlul.”

Meer informatie:

•          http://www.earthfather.eu

•          Vader Aarde en de aardse taal, Olof Smit, 240 pagina’s | paperback | Frontier Publishing | ISBN 9789078070450 | € 22,00

Dit artikel verscheen eerder in Frontier Magazine 18.9, nummer 111, november – december 2012.

Advertenties

Over Frans

Frans Vermeulen took his first spiritual footsteps in Australia at the Australian Institute of Metaphysics. Thereafter he focused as a writer on spiritual topics. Frans has interviewed some of today’s leading spiritual teachers, including Rananda, John de Ruiter, Drunvalo Melchizedek, Robbert van den Broeke, Caroline Myss, Ton van der Kroon, William Whitecloud, dr. Sha, Robbert Moss, Olof Smit, Patricia Cori, Robert Tenzin Thurman, Eric Pearl and Gary Renard. His greatest love is what he regards as “the pure non-duality of A Course in Miracles.”
Dit bericht werd geplaatst in Bewustwording, Bladen, Frontier Magazine, Inspiratie, Interviews, overdenkingen, spiritualiteit, Spiritueel en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Olof Smit: ‘Ik ben mijn leven lang al op zoek naar mezelf’

  1. Janken, janken, wat een prachtig verhaal! Waar kan ik het boek kopen?

  2. J de Groot zegt:

    goedemorgen lees voor het eerst over een zonnestorm 21 december 2012
    hoeveel procent kans dat deze er komt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s