Impro brengt je binnen spuugafstand van God

improsa_Willy_Christiaan_DoornbosWeet jij welke rol je speelt? Wat het spel is en wie de regisseur? Zou het mogelijk zijn van jouw leven een eindspel te maken en wakker te worden uit de droom die leven heet? Allemaal vragen waar improvisatietheater (impro) wellicht het antwoord op heeft. ParaVisie betrad het toneel met Willy en Christiaan Doornbos en vroeg dóór.

Het bedrijf van Willy en Christiaan, Improsa, zag op 1 maart 2007 het licht, maar het begon allemaal met improvisatietheater bij een vereniging in Groningen. Willy, inmiddels met Christiaan verhuist naar het Limburgse Valkenburg: “Wij hadden een briljante leraar die volstrekt trouw was aan de basisprincipes van improvisatietheater.” Christiaan vult aan: “We kregen al snel freelance opdrachten voor jubilea, trouwerijen en vrijgezellenfeestjes. Ook werden we door bedrijven gevraagd workshops te geven, maar altijd bleven wij trouw aan de basisprincipes van Impro.”

spontaan

spontaan

Mega-verlies
Wie was die leraar en wat waren de principes?
Willy: “Dat was Dick Koltman en hij onderwees vanuit de grondbeginselen die Engelsman Keith Johnstone ooit bedacht.” Johnstone is de aartsvader van theatersport en improvisatietheater zoals dat in Nederland wordt gespeeld. Eind jaren ’50 moest hij in Londen zijn biezen pakken, omdat het theaterestablishment hem niet pruimde. Christiaan: “Hij mocht geen spontaan theater met ze doen; zijn methode was veel te heftig in die tijd.” Te heftig? Willy: “Ja, en eigenlijk geldt dat nog steeds.”

Wat is die methode en waarom is dat? Christiaan: “Als leraar keek Johnstone ooit naar het schoolprincipe, zag kinderen door de tijd minder spontaan worden en strijd met elkaar ontwikkelen. Daardoor vroeg hij zich af: hoe komt dat?” En? “Door het constant moeten presteren. Eigenlijk draaien we met impro alles om. Je leert spontaan zijn, je leert overal ja tegen te zeggen en vertrouwen in de ander te hebben. En dat is compleet in strijd met hoe wij in deze maatschappij en deze wereld leven.”

Wordt dat als bedreigend ervaren? Willy: “Ja. Het belangrijkste wat Johnstone van je vraagt, is dat je leert zien welke blokkades je in de weg plaatst om dát – accepteren, spontaniteit en samenwerking – niet meer te kunnen. En als je dat ziet, laat je dat dan gaan of houd je eraan vast? Johnstone stimuleerde zijn studenten ‘het’ te laten gaan, maar wat blijkt? Het kijken naar blokkades vinden mensen vaak al (te) heftig, laat staan ze te laten gaan. Dat willen ze gewoon liever niet. Daarom ben ik met terugwerkende kracht enorm blij met Koltman, iemand die impro écht onderwees. Maar eerlijk is eerlijk, ik heb mij in het begin totaal ‘ziek’ gevoeld. De eerste trainingen die ik van hem kreeg, dacht ik: dit gaat mij nooit lukken; dat kan (ik) helemaal niet. Alsof je helemaal door het slijk gaat. Je staat te kijk voor de hele groep. Koltman liet mij zien dat het alleen maar angst was wat ik daar neerzette. Angst om spontaan te reageren, om altijd ja te zeggen, om altijd met elkaar mee te spelen, om de ander te laten schitteren.” Christiaan: “Als iedereen elkaar laat schitteren, dan schittert iedereen.”

Door het slijk gaan klinkt mooi en dramatisch. Daarin klinkt jullie achtergrond als dramatherapeut in door, maar wat betekende dat concreet? Willy: “Ik werd door Koltman geconfronteerd met het feit dat ik nep was. Dat ik een heel belangrijke persoon op het toneel wilde zijn. Hij hield je een spiegel voor? “Ja, door vragen te stellen. Wat ben je nu aan het doen? Tot het moment dat ik niets meer kon uitkramen. Het voelde als een mega-verlies van alle identiteit die ik had opgebouwd.”

Weet je nog waarom je die had opgebouwd, die rollen? Willy: “Ja, ik was van alle kanten overtuigd dat mezelf zijn niet goed genoeg was. Als kind was ik namelijk spontaan en dat leverde mij veel kritiek op. Dat commentaar heb ik mij letterlijk aangetrokken. Aangetrokken? Ja, pakje aan, ritsje omhoog, maskertje voor. Zo van: als jullie willen dat ik een rol speel, dan speel ik een rol. Maar dat ligt natuurlijk niet aan de ander, het ontstond slechts op die manier. Het was absoluut mijn keuze en Koltman liet mij dat zien.”

je lichaam weet

De rol ís de blokkade
Christiaan bewandelde een iets andere weg. Als maatschappelijk werker had hij vooral het idee: er gebeurt niets. “Ik wilde méér en ik wist: drama is dat voor mij. Ik wist ook dat ik het doodeng zou vinden. De eerste impro-avond was ik direct als een vis in het water. De week daarna kreeg ik onderweg een paniekaanval en had ik het gevoel: ik sterf hier op straat. En eigenlijk ervaar ik dat proces nog steeds, keer op keer.” Christiaan, die Willy leerde kennen bij de opleiding dramatherapie, vroeg haar een keer mee te gaan naar een impro-avond. Haar eerste reactie was: dat kan ik niet. “Ik had het idee: dan moet ik heel ad rem zijn, altijd leuke grappen hebben en haantje de voorste zijn. Allemaal dingen die nog steeds gaande zijn binnen improvisatie, maar wat helemaal geen impro is! Die spelen nog steeds een rol. “Ja.”

Wat krijg je terug van mensen die je privé en binnen bedrijven in contact brengt met impro?  Willy: “Het klopte ineens allemaal, ik wist precies wat ik moest doen, precies waar ik moest zijn. Het is echt een ervaring in plaats van een mentaal proces. Analyseren achteraf heeft geen enkele zin. Eerder gebruikten jullie het woord weten. Je weet gewoon. Christiaan: “Een letterlijke uitspraak van Johnstone is: ‘Je geest weet, je lichaam weet, maar jij staat in de weg’.” Willy: “Dat is kijken welke blokkades je er tussen plaatst.”

De blokkades, vertellen Willy en Christaan mij, zijn altijd een variant van angst. Deze angst – je kunt het ook spanning noemen of weerstand – zorgt ervoor dat mensen een rol aannemen om zich veiliger te voelen. En er zijn zóveel rollen. In mijn geval, en in willekeurige volgorde, journalist, vader, hardloper, hypnotherapeut, vriend, buurman, postbode, huishoudelijke hulp, spiritueel zoeker, zoon, broer, oom, man enzovoort. Al deze rollen, hoe natuurlijk ze ook lijken, verhullen wie ik daaronder werkelijk ben.

De rol is dus een blokkade. Welke rollen zijn er in het algemeen? Willy: “Er is sprake van twee soorten rollen. Door impro wordt snel duidelijk wat de eigenlijke rol van iemand is, zijnde wat iemand vanzelf doet. Die rol is vaak compleet anders dan de maatschappelijke rol die iemand vervult.” Omdat Willy en Christiaan de lijn van Johnstone hebben doorgetrokken, worden ze vaak als confronterend ervaren. Christiaan: “Wij vinden het superbelangrijk dat mensen de mogelijkheid hebben om dit helemaal tot zich door te laten dringen. En daarmee zijn wij ook confronterend voor onszelf. Dat is ook de reden waarom wij Improsa zijn begonnen, om te zien: dit hebben wíj nodig. Ik ervaar mezelf niet als heel; ik moet geheeld worden.”

Van tijd tot tijd komen Willy en Christiaan natuurtalenten tegen. Willy: “Dat zijn spontane mensen met een open houding, een open geest en heel blij. Die dragen dat spontane theater al met zich mee. Mensen met het downsyndroom? Willy: “Die kunnen spelen joh.” Christiaan: “En je hebt ook de natuurtalenten in de zin van accepteren en alles wat je zegt oppakken. Oké, dat ga ik doen. Ondanks dat ze bang zijn, en weerstand hebben, ze doen het gewoon. Die mensen groeien zó snel.” Maar in je eentje kun je het nooit, vertellen de voormalige Groningers. “Iedereen moet constant joinen met elkaar. Dat doe je niet als lichaam, maar via een onderlaag. In de onderlaag accepteer je altijd. Uiteindelijk ga je voorbij de rol. Dan weet je wat die ander gaat doen voordat het uitgespeeld wordt. Weer dat weten. “Dat joinen valt niet te omschrijven; je weet het gewoon.”

Dat is waarschijnlijk totaal geïnspireerd. Willy: “Exact. De rest is geen improvisatie, maar een oefening om tot dat moment te komen. Je bedoelt met geen impro: je eigen programma volgen? Je eigen rol kiezen? Christiaan: “Ja, dan denk je vooruit, achteruit  en wil jij je eigen grappen maken.” Kun je improvisatie dan eigenlijk wel leren? “Neen. Je kunt alleen maar elke keer al die bokkades zien die je opwerpt. Het enige wat je kunt doen is continu oefenen en laten gaan. Ik noem dat faalplezier. Publiek vindt het trouwens fijn om te kijken naar spelers die durven te falen. Kwetsbaarheid is een van de mooiste dingen om te zien.”

faalplezierFaalplezier
Daar lijkt een tegenstrijdigheid in te zitten. Willy: “Je leert dat leuk te vinden doordat je gaat zien en begrijpen wat het je brengt. Anders laat je een blokkade niet gaan. Ook in je donkerste momenten op het toneel is het mantra: stay happy about it. Johnstone zegt dan ook: ‘fantasie gevaren doden je niet’. Op het toneel is dat letterlijk waar. Maar wij willen niet zien dat het in het leven ook zo is.” Willy en Christaan durven te stellen dat het ook het leven buiten het toneel één grote fantasie is. Christiaan: “Het is één groot rollenspel. Als jij je dat realiseert is het eigenlijk al klaar. Maar gaat het mis in een scène doordat je vasthoudt aan een blokkade, en je gaat dat moment vervolgens anayseren, dat kies je voor schuld. Je geeft jezelf óf de ander de schuld van het falen. In zo’n geval realiseer jij je (nog) niet dat jij alles met een mislukte scène te maken hebt. De juiste vraag is daarom onder alle omstandigheden: wat kan ik hier brengen? Liefde? Beiden: “Ja!”

Maar nu het ‘echte’ leven. In elke situatie ben ik dus anders, maar niet me-Zelf. Kan impro mij dat leren zien? Willy: “En meer dan dat. Waar jij denkt dat het onmogelijk is om alle rollen te spelen, is dat wel degelijk mogelijk. Je hebt jezelf laten geloven dat zoiets niet kan. Je hebt al bedacht wie je bent, wat je bent en hoe je bent. Als je eenmaal een postbode bent, dan zeg je: ‘dat past bij mij, dat doe ik, dat ben ik.’ En als iemand je dan vraagt een hysterische psychiatrische patiënt te spelen, dan zeg je : ‘dat kan ik gewoon niet.’ Toch is dat volledig mogelijk. Impro kan je laten zien: waarschijnlijk heb ik al die rollen ooit een keer gespeeld. Daarmee kom je tot het gewaarzijn: eigenlijk kan ik geen zinnig woord uitbrengen over wie ik ben. Je kunt er dus over praten, zoals wij nu doen, maar het is de ervaring ervan. En daarmee komt de bevrijding.”

Wat het Improsa–duo feitelijk zegt is: voorbij de angst ligt de bevrijding. En ook de realisatie: ik ben verantwoordelijk voor wat ik zie en hoe ik hiermee omga, dus welke gevoelens ik kies. Willy: “Als je dat gaat zien, dan heeft impro waarde in je dagelijkse bestaan. Tot dat moment heeft het vooral de werking om dat inzicht los te krijgen. Dan wordt het geopenbaard aan jou.” Christiaan: “Of zoals Johnstone ooit zei: ‘Dat zijn de magische momenten waarin alles met alles verbonden is . Alle spelers, maar ook het publiek’.”

Wat is de filosofie van impro? Christiaan: “Johnstone kijkt naar de wereld zoals die is. Hij doet verder geen uitspraak. Hij heeft het op sommige momenten wel over het hogere, maar hij weigert daar een specifieke naam aan te geven. Toen men hem daar ooit naar vroeg zei hij: ‘Het maakt mij helemaal niet uit hoe jullie het hogere noemen, voor mijn part de Grote Eland.’ Maar als je écht aan het improviseren bent, kom je binnen spuugafstand – en dat zijn mijn woorden -van God. Hij tilt je op; jijzelf kunt dat niet forceren. Het gaat om een rol, een ervaring, die niet door jezelf gemaakt is, omdat jij jezelf niet geschapen hebt.” Je stelt jezelf dus helemaal open als kanaal? “Ja, dat is voor alles en iedereen het meest behulpzaam.”

Willy kreeg ooit de vraag van een leerlinge: ‘Hoe kan ik helemaal overgenomen worden? Ik moet bijvoorbeeld toch geleerd hebben dat mijn hand in het vuur verbrand?’ “Als je helemaal in het moment opgaat, weet je wat je moet doen. Dan word je volledig geleid. Wij noemen dat een momentopname. En wij zijn daar beiden heel fanatiek in en dat is waar wij 100 procent voor gaan. Ons leven is het waard om al onze tijd daaraan te besteden. Verder is hier niets te halen. De volledige overgave daarin is het enige waardoor wij uit deze droom worden geleid en wakker worden.”

Advertenties

Over Frans

Frans Vermeulen took his first spiritual footsteps in Australia at the Australian Institute of Metaphysics. Thereafter he focused as a writer on spiritual topics. Frans has interviewed some of today’s leading spiritual teachers, including Rananda, John de Ruiter, Drunvalo Melchizedek, Robbert van den Broeke, Caroline Myss, Ton van der Kroon, William Whitecloud, dr. Sha, Robbert Moss, Olof Smit, Patricia Cori, Robert Tenzin Thurman, Eric Pearl and Gary Renard. His greatest love is what he regards as “the pure non-duality of A Course in Miracles.”
Dit bericht werd geplaatst in Bewustwording, Inspiratie en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s