‘Zet voor de aardigheid de elektriciteit eens uit’

Richard BruijneWoonbioloog Richard Bruijne over elektromagnetische straling

We worden met z’n allen, en zeker lichtwerkers, steeds gevoeliger voor verstoring van ons woon- en leefmilieu als gevolg van bijvoorbeeld elektromagnetische straling. In dit artikel draagt bouwbioloog Richard Bruijne oplossingen aan ten aanzien van een gezond woon- en leefklimaat.

Wereldwijd plaatst men elke anderhalve minuut een nieuwe zendmast.

Richard Bruijne begon zijn carrière ooit als binnenhuisarchitect, in de tijd (1976) dat hij nog dacht dat binnenhuisarchitectuur dé manier was om aan te sluiten bij het welzijn van de mensen die wonen en werken. Vervolgens stapte hij het bedrijfsleven binnen en werkte hij bij bedrijven met een raakvlak met de bouw. “In 2006 was ik het zat. Ik had gewerkt van in de klei tot op het dak, reed 120.000 km per jaar, vloog kriskras door Europa en was nauwelijks meer thuis.”

Het feit dat Bruijne’s vrouw Rian in 2002 was gestart met een orthomoleculaire en biofysische praktijk, Prevent Care, gaf richting aan een heel nieuw pad. “Mijn idee was haar te ondersteunen in haar praktijk en van daaruit verder te kijken. Wat bleek? De praktijk werd meer en meer bezocht door mensen met aspecifieke klachten als gevolg van stralingsbelasting, chemische belasting, noem maar op. En daarvoor schakelden wij regelmatig een woonbioloog in.”

Dat was aanleiding voor Bruijne om op onderzoek uit te gaan. Zodoende kwam hij terecht bij het Duitse Institut für Baubiologie und Ökologie en volgde een staatserkende leergang tot Baubiologe IBN. Onze oosterburen hebben inmiddels meer dan drieduizend woonbiologen, Nederland daarentegen heeft er maar een stuk of zes. Bruijne: “Wij lopen dus achter. Waardoor dat komt? In de eerste plaats omdat je een vertaalslag moet maken vanuit de Duitse bouwwetgeving. En je moet ook weten dat de Nederlandse bouwkolom een heel traditionele, in hokjes denkende kolom is, waarin het niet eenvoudig is nieuwe ideeën te lanceren.”

TU DelftOnbekendheid

Bruijne wil niet spreken van weerstand, als hem gevraagd wordt naar zijn ervaringen. “Onbekendheid. Laat me een voorbeeld geven. Ik schreef op een gegeven moment op Wikipedia een tekst over woonbiologie. Was het commentaar: ‘Dit kan niet.’ Eenmaal in gesprek bleek het een student Bouwkunde aan de Technische Universiteit Delft te zijn die nog nooit van woonbiologie had gehoord. Dus ik zei tegen hem: ‘Jij zit op de TU Delft? Op de faculteit Civiele Techniek geeft Michiel Haas les, de grondlegger van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie. Hij heeft naslagwerken geschreven en programma’s gebouwd voor gezond bouwen en wonen. Ken jij professor Haas?’ ‘Daar krijg ik les van.’ Je snapt waar ik naartoe wil? Hij is niet ‘bij die les’ en sluit zich er vervolgens voor af. En dat is wat ik constant merk.”

Bruijne brengt met zijn achtergrond nieuw bloed binnen de woonbiologie. Hij pleit voor het aanpassen van onze oude, versleten paradigma’s, voor out of the box-denken. De huidige woonbioloog is voor veel mensen nog gelijk aan een wichelroedeloper. En dat is niet helemaal onterecht, want de meest woonbiologen in Nederland hebben ook een soortgelijke achtergrond.

Maar Richard Bruijne is meer dan dat en derhalve een zegening voor de Nederlandse woonbiologie. “Ik kan met een wichelroede én met een Lechnerantenne lopen, maar ik draag geen geitenwollen sokken. Ik wil woonbiologie juist uit de alternatieve hoek halen.”

Op dit moment zijn het voornamelijk particulieren die een beroep doen op de expertise van Bruijne. Waarom? Omdat zij zich zorgen maken over een aantal factoren – zoals straling – waarvan ze vaak het bestaan nog maar net weten of nog maar net gehoord hebben. “Ze merken dat ze aspecifieke fysieke en geestelijke klachten hebben, die niet terug te vinden zijn in ziektebeelden. Of beter: in traditionele ziektebeelden. Meestal zijn het mensen die zich wat meer geïnformeerd hebben en zich afvragen: ‘Waar zou dat door komen? Is het wel zo goed dat wij hier in de tuin een zendmast hebben staan?’ Die mensen komen bij mij en mijn collega’s terecht.” Volgens Bruijne zijn er zo’n vier reguliere huisartsen in Nederland die mensen in extreme situaties van elektrohypersensitiviteit doorsturen naar een van de woonbiologen. (NB: In Nederland zijn er 59.000 geregistreerde artsen waarvan 8789 huisartsen, red.)

radon gas in huisPionierswerk

De woonbiologen die er dus op dit moment in Nederland zijn, doen dus pionierswerk. Bruijne probeert niet het evangelie te verkondigen, “maar ik probeer mensen wel bewust te maken. Hoe ik dat doe? Door het doen van onderzoeken met meetapparatuur. Ik kijk naar vocht, naar geluid, schimmels en gassen, straling en radioactiviteit, noem maar op.”

Tijdens een van Bruijne’s expedities was ik in staat hem op de voet te volgen. Het leek alsof hij voor elk onderzoek in staat was een ander apparaat uit een koffer te toveren. Hij vertelt: “Kijk, vocht kunnen we allemaal nog wel zien. Radongas bijvoorbeeld is al wat anders. Beton is één van de grootste bronnen van radongas en ik heb wel eens een architect gevraagd: ‘Wat vind jij het meest duurzame materiaal?’ Hij zei: ‘Beton, want dat gaat heel lang mee.’ En toen vroeg ik hem: ‘Kan je dat beton aan het einde van zijn levenscyclus teruggeven aan de natuur?’ Nou, dat kan dus niet.

Luchtkwaliteit en fijnstof zijn volgens Bruijne een veel groter probleem dan vocht en gas. “De concentraties ultrafijn fijnstof, dat weet bijna niemand, zijn zelfs zo fijn dat ze dóór de longen heen in het lichaam terecht kunnen komen. Zij vormen het grootste gevaar, met name op scholen en in huizen. Fijnstof, maar ook schimmels, wordt zwevend gehouden door statische elektriciteit. Deze elektriciteit zorgt weer voor een verkeerde verhouding van de zuurstofionen. 99 procent van de huizen heeft een overdaad aan positieve luchtionen. Sommigen blazen dan met apparaten negatieve ionen de lucht in om de balans te herstellen. Maar ten eerste is dat de bron van een zwaar elektromagnetisch veld. En ten tweede wordt heel vaak een radioactief materiaal gebruikt om de ionen negatief te maken. Dus eigenlijk heb je een dubbel probleem.”

Zendmast uit een spuitbusZendmast uit een spuitbus

Elektromagnetische straling is het kleinste deel van de leergang Baubiologie. “Heel gek, want het is het grootste probleem aan het worden. Wereldwijd plaatst men elke anderhalve minuut een nieuwe zendmast. En er is al een mogelijkheid een antenne uit een spuitbus aan te brengen. Men spuit dan een vlak van een vierkante meter op een boom en dat levert een antenne op die twintig tot dertig keer krachtiger is als de huidige generatie antennes.”

Bruijne is bezig mensen bewust te maken van het feit hoe je op een goede manier met een mobiele telefoon omgaat. “Ik heb ook een mobieltje, dat is niet het punt. Je moet weten hoe je er mee om moet gaan. In de handleiding van mobieltjes staat dat je het toestel niet tegen je oor aan moet houden tijdens het bellen. Waarom zou dat zijn denk je?” Mensen worden steeds gevoeliger voor elektromagnetische straling. “Mensen zouden voor de ‘aardigheid’ eens moeten proberen een weekend de elektriciteit uit te zetten. En dan eens te kijken wat ze merken in termen van welzijnsbeleving. Ik denk acht à negen van de tien mensen verlichting zullen ervaren, maar ook beter en dieper slapen.”

“Als ik mensen informeer over straling, gaan ze er meestal over nadenken. En degenen die er het meeste over nadenken zijn de kinderen. Weet je dat je in Frankrijk tot je veertiende geen mobieltje naar school mag meenemen? In Vlaanderen is dat precies hetzelfde. De Europese Raad heeft een richtlijn uitgegeven aan de Europese overheden om geen wifi verder uit te bouwen op scholen en digitale telefoons te beperken. Wat doet Nederland? Niets. Die plaatsen zelfs nog een zendmast op een schoolplein. Je kunt dat heel goed zien aan zo’n school waar zo’n mast op of dichtbij is geplaatst; het percentage van kinderen met leermoeilijkheden is hoger dan op een vergelijkbare school.”

Bruijne’s intentie van dit gesprek is om positief over te komen. Hij geeft daarom vaak tips (zie kader, red.) waardoor mensen niet zozeer naar het probleem, maar naar de oplossing kijken. “Een van de meest eenvoudige tips is dat wanneer je belt, je beter even kunt wachten totdat je verbinding hebt en dan je mobieltje aan je oor zetten. Scheelt al snel 80 procent van de straling die je oor binnenkomt!”

straling_mobiele_telefoon12 basale voorzorgsmaatregelen om blootstelling aan straling bij het bellen met een mobiele telefoon te minimaliseren

1 – Beperk je telefoontjes tot de absoluut noodzakelijke, en beperk deze tot maximaal 6 minuten. Dat is de tijd die het lichaam nodig heeft om zich aan te passen. Gebruik een handsfree set en houd de telefoon tijdens het bellen meer dan 20-30cm van je lichaam. Daarmee beperk je de invloed van straling op jezelf.

2 – Draag de telefoon niet rechtstreeks op je lichaam, zelfs niet in stand-by modus, en telefoneer meer dan een meter bij iemand vandaan om het effect van passieve straling te verminderen.

3 – Kinderen jonger dan 15 jaar zouden niet mobiel moeten bellen omdat ze nog in de groei zijn. Door hun lagere lichaamsgewicht is de straling schadelijker, vooral wat betreft de hersenen, verzwakt ze de bloed-hersenbarrière, de voortplantingsorganen enzovoort.

4 – Ontmoedig bejaarden het gebruik van een mobiele telefoon, evenals iedereen in een verzwakte staat (de straling verzwakt hun organisme nog meer) en zwangere vrouwen. Straling wordt namelijk gemakkelijk geabsorbeerd door het vruchtwater waarin het embryo en de foetus zich ontwikkelt.

5 – Gebruik je mobieltje alleen bij optimale ontvangst, niét in een afgesloten ruimte zoals een lift, kelder, metro, caravan enzovoort, omdat daar de intensiteit van het signaal groter is en dus de straling.

6- Gebruik je telefoon niet in de auto, trein, bus, metro enzovoort, omdat je antenne voortdurend met de maximale signaalsterkte scant voor contact. Daardoor wordt zowel het inkomende als uitgaande signaal geïntensiveerd.

7 – Gebruik je mobiel noch in een rijdend noch in een stilstaand voertuig. Een gesloten metalen container zorgt voor een kooi van Faraday-effect welke de schadelijke gevolgen van straling maximaliseert. Niet alleen de beller, maar ook op andere passagiers, met name kinderen, staan daaraan bloot. Stap daarom uit voordat je belt.

8 – Leg je mobiele telefoon ’s nachts niet naast je bed, ook niet als wekker, want zelfs op stand-by heeft je telefoon regelmatig contact met de dichtstbijzijnde zendmast.

9 – Neem bij voorkeur:
– een mobiele telefoon met de laagste mogelijke SAR-waarde (= specifieke absorptie waarde van microgolfstraling door lichaamsweefsels). De wettelijke grens ligt bij 1.1W/kg voor oogkassen en wangen;
– een telefoon met een (minder trendy!) externe antenne, omdat deze effectiever en efficiënter uitzendt uitzendingen en daardoor een zwakker signaal gebruikt dan een een ingebouwde antenne. Laat de mode minder belangrijk zijn dan je gezondheid.

10 – Het gebruik van een mobiele telefoon moet worden vermeden door iedereen met een metalen voorwerp in of op hun hoofd, magnetische of niet. Voorbeelden zijn amalgaamvullingen en tandheelkundige bruggen, metalen platen, schroeven, haarspelden, piercings, oorbellen of een metalen montuur. Hetzelfde geldt voor mensen met looprekken, rolstoelen of metalen krukken metaal. Dit voorkomt toenemende straling door verschijnselen zoals reflectie, versterking, resonantie, passieve re-emissie, enzovoort.

11 – Gebruik producten om jezelf tegen straling te beschermen, zoals een metalen telefoondraagtas, beschermende anti-stralingsstoffen, metaalfolie behang, anti-stralingsverf enzovoort waarvan is aangetoond dat deze effectief zijn.

12 – Telefoneer zoveel mogelijk met vaste lijnen die geen straling uitzenden of via het internet. Dat laatste natuurlijk niet draadloos. (Bron: Pamela Weintraub.)

Dit artikel verscheen eerder in ParaVisie van maart 2015

Advertenties

Over Frans

Frans Vermeulen took his first spiritual footsteps in Australia at the Australian Institute of Metaphysics. Thereafter he focused as a writer on spiritual topics. Frans has interviewed some of today’s leading spiritual teachers, including Rananda, John de Ruiter, Drunvalo Melchizedek, Robbert van den Broeke, Caroline Myss, Ton van der Kroon, William Whitecloud, dr. Sha, Robbert Moss, Olof Smit, Patricia Cori, Robert Tenzin Thurman, Eric Pearl and Gary Renard. His greatest love is what he regards as “the pure non-duality of A Course in Miracles.”
Dit bericht werd geplaatst in Actueel, Bewustwording, Bladen, overdenkingen, ParaVisie en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s